
COLOFON
Naam:
Basisschool De Berensprong
Adres:
Bronneberg 31, 6075 CW Herkenbosch
Telefoon:
0475 – 537137
E-mail:
info@berensprong.nl
Website:
www.berensprong.nl
Identiteit:
Katholiek
Directie:
meerschoolsdirecteur Henk Schreurs
locatiedirecteur Han
Titselaer
Spreekuur directie: op afspraak.
Intern begeleiders:
Jos Opbroek
Christine Eijpe
Bestuur:
Stichting Swalm en Roer voor onderwijs en opvoeding
Roerderweg 35
Postbus 606
6040 AP Roermond
Tel. 0475 – 345830
Fax. 0475 – 345831
Email: info@swalmenroer.nl
WOORD VOORAF
Een school kiezen voor uw kind is geen eenvoudige zaak. U geeft een deel van de
opvoeding uit handen aan mensen die u (nog) niet kent.
Tevens wilt u als ouders de keuze maken voor kwalitatief goed onderwijs. Scholen
verschillen in de manier waarop zij onderwijs geven, de wijze waarop zij
pedagogisch met kinderen omgaan en in de manier waarop zij contacten onderhouden
met ouders. Scholen hebben verschillende kwaliteiten. Deze gids is bedoeld voor
ouders die hun kinderen naar de Berensprong laten gaan of die overwegen dit te
doen. Het op papier voorstellen van een school is geen eenvoudige zaak;
eigenlijk moet u een school ervaren.
Toch willen wij u door het aanbieden van de informatie in deze schoolgids laten
kennismaken met De Berensprong.
U vindt informatie over de organisatie van de school voor de periode 2011-2015.
Wij willen u, door deze gids, een beeld geven van wie wij zijn, waar wij voor
staan, wat onze uitgangspunten zijn en hoe wij proberen de kwaliteit te
verbeteren.
Tijdens de jaarlijkse ouderavonden, via de website en ons digitale
informatiesysteem ISY, ontvangt u de jaargebonden informatie zoals de
groepsgerichte informatie, afspraken en regelingen.
Daarnaast brengen wij in deze schoolgids verslag uit van zowel de behaalde
onderwijsresultaten als de onderwijsontwikkeling voor de komende
schoolplanperiode.
Wij hopen dat u deze schoolgids met plezier leest. Als u tijdens of na het lezen
vragen, opmerkingen of suggesties heeft, laat het ons dan weten!
Wij willen graag een open school zijn waar ouders samen met ons meedenken over
hoe we de school nog beter kunnen maken. Een school waar ouders niet schromen om
naar binnen te lopen om met de leerkracht of het management een praatje te
maken als daar behoefte aan is.
Tot slot wensen wij de kinderen en u een fijne basisschooltijd toe!
Met vriendelijke groeten,
Han Titselaer
locatiedirecteur
INHOUDSOPGAVE
WOORD VOORAF
3
HOOFDSTUK 1
WAAR DE SCHOOL VOOR STAAT
6
1.1.
Missie, visie en
onderwijskundige doelen
6
1.2.
Pedagogisch klimaat
8
1.3.
Schoolontwikkeling
9
HOOFDSTUK 2
DE ORGANISATIE VAN HET ONDERWIJS
10
2.1.
De organisatiestructuur
10
2.2.
Manier van lesgeven
11
2.3 . Schooltijden
11
2.4.
Kerndoelen en
uitgangspunten van ons onderwijs
12
2.5.
Onderwijs in groep 1-2
12
2.6.
Onderwijs in groep 3
12
2.7.
Onderwijs in groep 4 t/m
8
12
2.8. Methodieken.
13
2.9.
Urenverantwoording
13
2.10. Godsdienstige vorming
14
2.11. Aanbod actief burgerschap
14
2.12. Bewegingsonderwijs
15
2.13. Gebruik van de computer in ons onderwijs
16
2.14.
Speciale voorzieningen in het
schoolgebouw
17
HOOFDSTUK 3
DE ZORG VOOR KINDEREN
16
3.1.
Leerlingenzorg algemeen
16
3.2.
Procedure toelating
nieuwe leerlingen
18
3.3.
Verlengde leertijd
19
3.4.
Leerlingvolgsysteem
19
3.5.
Overleg met / rapportage
aan ouders
19
3.6.
Begeleiding meer- en
hoogbegaafde leerlingen
20
3.7.
Samenwerkingsverband
Swalm en Roer
20
3.8.
De extra leerlingenzorg
wordt gecontinueerd in het vervolgonderwijs
21
3.9.
Samenwerking met
externen via het Zorg en Advies Team (ZAT)
22
3.10. Meldcode: "vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling"
22
3.11. Omgaan met leerlinggegevens
23
3.12. Begeleiding naar het voortgezet onderwijs
23
HOOFDSTUK 4
ZORG VOOR KWALITEIT
26
4.1.
Werken aan
kwaliteitsverbetering
26
4.2.
Kwaliteitsverbetering
door goede methoden
26
4.3.
Kwaliteitsverbetering
door te zorgen voor goed toegeruste leerkrachten
26
4.4. Kwaliteitsverbetering door
het leerlingvolgsysteem
27
4.5.
Kwaliteitsverbetering
d.m.v. het schoolontwikkelingsplan
27
4.6.
Schoolontwikkelingsonderwerpen schooljaar 2011-2012
28
4.7.
De resultaten van het
onderwijs
28
4.8.
Resultaten eindtoets
basisonderwijs
29
4.9.
Verwijzingen naar het
Voortgezet Onderwijs
29
HOOFDSTUK 5
DE SCHOOLVIERINGEN EN –ACTIVITEITEN
30
5.1. Vieringen
30
5.2.
Bijzondere activiteiten
30
5.3.
Excursies en culturele
activiteiten
30
5.4.
Verjaardagen vieren
30
5.5.
Schoolkamp groep 8
31
5.6.
De verkeerscommissie
31
5.7. Schoolfoto’s
31
5.8. Jeugdbladen
31
5.9.
Aanschaf van materialen door ouders
31
5.10. ISY, informatiesysteem voor ouders
32
HOOFDSTUK 6
DE LEERKRACHTEN
33
6.1.
Het regelen van
vervanging bij ziekte leerkracht
33
6.2.
Begeleiding en inzet van
stagiaires
33
HOOFDSTUK 7
DE OUDERS
34
7.1.
Het belang van de
betrokkenheid van ouders
34
7.2.
Contacten met ouders
34
7.3.
Informatievoorziening
aan gescheiden ouders
35
7.4.
De Oudervereniging (OV)
35
7.5.
De Medezeggenschapsraad
(MR)
36
7.6.
Gemeenschappelijke
medezeggenschapsraad
36
7.7.
Stichting Swalm en Roer
voor onderwijs en opvoeding
36
HOOFDSTUK 8
DE INSTANTIES
38
8.1.
Inspectie van het
onderwijs
38
8.2.
GGD Limburg-Noord
38
8.3.
De
onderwijsbegeleidingsdienst
40
8.4.
Milieu-educatie centrum
Meinweg
40
HOOFDSTUK 9
REGELINGEN
41
9.1.
Leerplichtwet,
Schoolverzuim en verlof
41
9.2.
Buitenschoolse opvang:
Stichting Kinderopvang Roerstreek (SKR)
43
9.3.
Gedragscode stichting
Swalm en Roer
43
9.4.
Klachtenregeling
stichting Swalm en Roer
43
9.5.
Schorsing en
verwijdering
44
HOOFDSTUK 10 ARBO, BHV,
CALAMITEITEN, VERZEKERINGEN
46
10.1. Arbo
46
10.2.
Ontruimingsplan
46
10.3.
Bedrijfshulpverleners
46
10.4.
School en verzekering
46
HOOFDSTUK 1
WAAR DE SCHOOL VOOR STAAT
1.1.
Missie, visie en
onderwijskundige doelen
Basisschool De Berensprong zet de koers in tot ontplooiing, waarbij je zelf aan
het roer staat om je te ontwikkelen, je uitgedaagd wordt alle zeilen bij te
zetten en grenzen te verleggen om uiteindelijk zelfstandig naar een nieuwe
thuishaven te varen.
De volgende kernwaarden zijn hierbij richtinggevend:
Respect;
Op De Berensprong wordt de waarde van ieder mens gezien, met zijn eigen
herkomst, mogelijkheden en belangstelling. We houden rekening met elkaar, gaan
eerlijk, correct en prettig met elkaar om in een veilige omgeving.
Ontwikkeling;
Op De Berensprong creëren we een leeromgeving waarin tegemoet gekomen
wordt aan de onderzoekende, proactieve en expressieve houding die kinderen van
nature hebben. Daarbij krijgen zij de mogelijkheid op eigen niveau en tempo
kennis tot zich te nemen en uitgedaagd te worden om zich op sociaal, emotioneel,
fysiek en creatief vlak te ontwikkelen.
Betrokkenheid;
Als kinderen, ouders, leerkrachten vanuit hun motivatie en enthousiasme,
belangstellend zijn naar onze school en haar omgeving, zorgt dit voor een
houding waarbij samen leven, samen werken en samen leren een duidelijke plaats
hebben.
Welbevinden;
Onderwijs op De Berensprong speelt zich af in een voor alle betrokkenen
(kinderen, medewerkers en ouders) veilige omgeving, waar in een sfeer van
vertrouwen en waardering een ieder zijn eigen verantwoordelijkheid kan nemen om
met plezier te leren, te ontwikkelen en op te voeden.
Onze visie op onderwijs hebben wij beschreven in de metafoor van een boot.
“Wanneer je aan boord komt op onze boot, voelt het eerst nog een beetje wankel,
je krijgt een hand aangereikt, die je veilig aan boord helpt. Je wordt warm
onthaald, je bent welkom en we
nemen je op in de groep. Samen met jou zoeken we naar wat voor jou een goede
plek is.
Wij proberen er voor te zorgen dat iedereen kan en mag meevaren op onze boot,
voor ons allemaal is er een plek. Er zijn veel verschillende taken, je kunt ze
allemaal leren en je mag ook aangeven wat je leuk vindt om te doen. Je leert wat
je kunt, wat je moeilijk vindt en nog wilt leren, maar bovenal leer je te kiezen
op welke boot jij later verder wilt varen.
Onze boot vaart over verschillende oceanen, we meren soms aan in een haven,
nemen nieuwe invloeden in ons op en zoeken de overeenkomst met de veilige haven
van thuis.
Wanneer je op een boot vaart is er duidelijke leiding nodig, maar van kapitein
tot matroos, iedereen is belangrijk. Niet iedereen is gelijk, maar wel zijn we
gelijkwaardig aan elkaar. Iedereen heeft een duidelijke eigen taak maar we
helpen elkaar daar waar mogelijk. We zoeken naar de overeenkomsten, want samen
zitten we op de boot en we willen varen in de goede richting die wij toekomst
noemen.
Wij laten je een eind met ons meevaren en leren je om je te redden in het leven
van vandaag, om goed om te gaan met een snel veranderende maatschappij die veel
vraagt van ons allen.”
De zeilen die in ons onderwijs de wind moeten vangen om ons voort te stuwen zijn
gericht op pedagogisch en didactisch handelen door leerkrachten, breed
leerstofaanbod, begeleiding van leerlingen en contacten met ouders.
Dit betekent voor ons pedagogisch handelen dat:
Dit betekent voor ons didactisch handelen dat:
Dit betekent voor ons leerstofaanbod dat:
Dit betekent voor onze begeleiding van leerlingen dat:
Dit betekent voor onze contacten met ouders dat:
1.2.
Pedagogisch klimaat
Wij hanteren op
schoolniveau, naast de gedragscode van de stichting, de “convenant veilige
school” gehanteerd. (provincie
Limburg 2009). Dit convenant beschrijft de samenwerkingsafspraken met betrekking
tot veiligheid in en rondom de scholen binnen het primair onderwijs (zie
bijlage).
De veiligheid op de Berensprong richt zich enerzijds op het gevoel van
veiligheid wat zich uit in welzijn en welbevinden van leerlingen en
leerkrachten, anderzijds richt veiligheid zich op de fysieke veiligheid.
In onze visie zijn welbevinden en respect kernwaarden, deze kernwaarden worden
in de dagelijkse onderwijspraktijk zichtbaar door de manier waarop wij
pedagogisch handelen. Wij denken dat je prettig voelen een positieve invloed
heeft op het leren van kinderen. Op onze school hanteren wij de methode van ECH,
Effectieve Conflicthantering. Hierdoor proberen we te voorkomen dat leerlingen
pesten, dat er conflicten ontstaan door samen te praten over sociale relaties in
de sociale kring en gedragsregels schoolbreed of klassenspecifiek toe te passen.
Het gevoel van veiligheid geldt niet alleen voor de leerlingen, ook
leerkrachten, directie, ouders en externen moeten zich veilig kunnen voelen in
onze school.
Om een positief sociaal klimaat op onze school te bevorderen,
waar ieder kind veiligheid ervaart en het aantal conflicten minimaal is,
hebben we een aantal duidelijke afspraken met elkaar gemaakt. Deze zijn
gebaseerd op de uitgangspunten van de Effectieve
Conflicthantering (ECH).
In alle groepen worden dezelfde
hoofdregels toegepast. Ze zijn duidelijk zichtbaar aanwezig in elk lokaal en
in de gemeenschappelijke ruimtes. Het is toegestaan om in elke groep gebruik te
maken van hulpregels.
Ook gelden er bij ons de 100% regels.
Dit zijn de regels waarbij bij een overtreding altijd een sanctie volgt.
In iedere groepsklapper zit een protocol ECH, dit bevat afspraken betreffende:
-
het beter omgaan met ruzies,
-
het model van het conflictgesprek,
-
de rol van de conflictbegeleider,
-
het houden van de sociaal emotionele kring op
vrijdagochtend
Mocht u vragen hebben over de ECH methode of over sluimerende conflicten dan
kunt u altijd contact opnemen met onze conflictbegeleider mevr. Els Schmitz.
1.3.
Schoolontwikkeling
Er komen steeds meer verschillende kinderen naar een basisschool, verschillende
achtergronden, verschillende leerbehoeften en verschillende leer- en
gedragsmogelijkheden. Wij willen hier als school zo goed mogelijk mee om kunnen
gaan. Wij zien ieder kind als uniek en proberen elk kind de mogelijkheden te
geven zich zo optimaal mogelijk te ontwikkelen. Omdat verschillen steeds groter
worden betekent dit wij ons moeten blijven ontwikkelen. De manier waarop we dit
doen beschrijven we in het meerjarenplan 2011-2015. Dit meerjarenplan is
opgesplitst in jaarplannen, waarbij het jaar 2011 geheel is uitgewerkt en de
daaropvolgende jaren globaal. Alle documenten liggen ter inzage bij de directie.
HOOFDSTUK 2
DE ORGANISATIE VAN HET ONDERWIJS
De Berensprong is de enige school in de kern Herkenbosch. Van oorsprong is
Herkenbosch een klein agrarisch dorp, het ligt enkele kilometers van Roermond
tegen de Duitse grens aan; echter de laatste jaren heeft er een forse wijziging
plaatsgevonden in de populatie, en is het een forensendorp van Roermond aan het
worden met een zeer uiteenlopende populatie van hoog en laag sociaal milieu met
een deel oorspronkelijke bevolking en een percentueel laag percentage
allochtonen.
De managementstructuur van de scholen ressorterende onder de stichting Swalm en
Roer bestaat uit meerschoolsdirecteuren en locatiedirecteuren. Dit betekent dat
de algehele leiding van onze school berust bij de meerschoolsdirecteur, die
daarbij wordt geassisteerd door de locatiedirecteur. De locatiedirecteur, Maaike
Vos, is het eerste aanspreekpunt binnen
de school voor al uw vragen. Op onze school verzorgen 16 leerkrachten het
dagelijks onderwijs aan de leerlingen. Veel leerkrachten werken parttime of
genieten Bapo (arbeidsduurverkorting op basis van leeftijd) en dat betekent dat
vrijwel alle groepen meerdere leerkrachten hebben.
Daarnaast kent onze school 2 intern begeleiders (IB'ers), Jos Opbroek en
Christine Eijpe. Zij zijn belast met de coördinatie van de leerlingenzorg en
spelen bij de ondersteuning van
leerkrachten een cruciale rol.
De
werkzaamheden bestaan o.a. uit het plannen en houden van leerlingenbesprekingen
met groepsleerkrachten, het maken van rapportages over leerlingen, het
coördineren en evalueren van de gang van zaken rond de extra hulp aan leerlingen
en het mede onderhouden van het leerlingvolgsysteem.
Om hun taak goed uit te oefenen
zijn zij geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van lesgevende taken.
Op vrijwillige basis werkt bij ons op school een remedial teacher, zij doet dit
onder begeleiding van de intern begeleiders.
De directeur vormt samen met de locatiedirecteur en de intern
begeleiders/bouwcoördinatoren het managementteam. De bovenbouwcoördinator is
Christine Eijpe, de onderbouwcoördinator is Floor Franssen. De onderwijskundige
werkzaamheden van het managementteam staan in het teken van de begeleiding van
leerkrachten m.b.t. de onderwijskundige ontwikkeling in relatie tot onze
onderwijskundige visie. De centrale rol van de leerkrachten staat voorop.
Wij vinden het van wezenlijk belang dat leerkrachten veel gebruik kunnen maken
van elkaars competenties, het van en met elkaar kunnen leren en een gezamenlijke
verantwoordelijkheid gaan dragen.
Alle ICT gerelateerde zaken worden begeleid door de ICT-coördinatoren, Paul
Maessen en Fleur Voesten.
Iedere morgen is een administratief medewerkster werkzaam als
onderwijsondersteunend personeel.
Het beheer van het gebouw waarin de Berensprong is gehuisvest wordt gedaan door
de firma Heton. Via deze beheerconstructie zijn er twee beheerders die
afwisselend diensten werken gedurende de dagen, zij verrichten onder meer
conciërgewerkzaamheden. Het
schoonmaken en houden van het gebouw gebeurt onder leiding van de beheerder en
wordt verzorgd door interieurverzorgsters van de firma van Ossel.
Jaarspecifieke informatie over het aantal groepen en de respectievelijke
groepsleerkrachten ontvangt u via ISY en wordt daarna op de website vermeld.

2.2.
Manier van lesgeven
Op de Berensprong zijn de groepen ingedeeld volgens het
leerstofjaarklassensysteem, behalve de groepen 1 en 2 zijn heterogeen
samengesteld. We proberen zo min mogelijk combinatiegroepen te maken, maar
kunnen niet uitsluiten dat er in de toekomst meer combinatiegroepen gemaakt
moeten worden.
Het leerstofjaarklassensysteem is onze basis, hierbinnen proberen we de
leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden.
Een uitdagende leeromgeving stimuleert leerlingen tot het optimaal benutten van
hun eigen mogelijkheden. De leeromgeving kenmerkt zich door een ordelijk lokaal
met uitdagende materialen en leermiddelen.
Een goed klassenmanagement met een duidelijke instructie en
verwerkingsmogelijkheden die passen bij de onderwijsbehoefte van individuele
kinderen vormen een belangrijke bijdrage om onderwijs op maat aan te bieden. In
dit proces hechten wij waarde aan het stimuleren van zelfstandigheid en het
nemen van eigen verantwoordelijkheid voor het leerproces.
2.3. Schooltijden
In 2006 heeft de Wet Primair Onderwijs de mogelijkheid geboden aan basisscholen
om de schooltijden anders in te richten. Basisschool de Berensprong heeft ervoor
gekozen het 'Hoorns model' te volgen.
Het 'Hoorns model' gaat uit van een gelijk aantal schooluren voor elk leerjaar.
Vanuit de Wet Primair Onderwijs moet er in 8 schooljaren in totaal 7520 les
worden gegeven. In het 'Hoorns model' kiest de school voor een 940-uurs rooster
voor
alle groepen , in totaal
7520 lesuren in 8 schooljaren.
De invoering van het 'Hoorns model' maakte een overgangsperiode van een aantal
“overbruggingsjaren” noodzakelijk, omdat alle leerlingen verplicht 7520 lesuren
onderwijs moeten ontvangen in de 8 jaar basisonderwijs.
Vanaf schooljaar 2012-2013 kan Basisschool De Berensprong het Hoorns Model
volledig invoeren en betekent dit dat alle groepen op vrijdagmiddag vrij zijn.
Voor de kinderen betekent dit twee middagen vrij per week, de woensdag- en
vrijdagmiddag.
Met ingang van het schooljaar 2011-2012 geldt voor de groepen 1 t/m 5 van
basisschool De Berensprong het 'Hoorns model' wat de invulling van de
schooltijden betreft. Vanaf schooljaar 2012-2013 geldt voor
alle groepen
het 'Hoorns Model'.
De exacte schooltijden staan vermeld op de website en de planning van
studiedagen en vrije momenten staan vermeld op de ISY kalender.
2.4.
Kerndoelen en
uitgangspunten van ons onderwijs
In de Wet op het Primair Onderwijs staat een aantal opdrachten voor de school.
Eén van die opdrachten is dat de school les moet geven in allerlei vakken, zoals
Nederlandse taal en rekenen. Per vak is aangegeven wat de leerlingen moeten
leren: de zogenaamde kerndoelen. Een voorbeeld van zo’n kerndoel voor het vak
taal is: de leerlingen kunnen de hoofdzaken van een informatieve tekst
weergeven.
Een voorbeeld van een kerndoel bij gymnastiek is: de kinderen kunnen klimmen in
toestellen.
Scholen hebben ook de opdracht om niet uitsluitend aandacht te besteden aan de
cognitieve ontwikkeling van kinderen. Zo krijgen eveneens de creatieve, sociale
en emotionele ontwikkeling aandacht. Ook hiervoor heeft de wetgever beschreven
wat de leerlingen moeten leren: de zogenaamde leergebiedoverstijgende
kerndoelen.
Een voorbeeld voor het leergebied sociaal gedrag is: de leerlingen leveren een
positieve bijdrage in een groep: ze durven in de groep steun te geven aan iemand
met een afwijkend standpunt.
De kerndoelen geven globaal aan wat de leerling moet kennen aan het eind van de
basisschool. Iedere school geeft op eigen wijze invulling aan de kerndoelen.
In de groepen 1-2 wordt er thematisch gewerkt vanuit de methode “Schatkist”. De
methode wordt aangevuld met thema’s die lokaal/regionaal spelen, zoals kermis,
carnaval, kunst, etc.
In groep 1 wordt de nadruk gelegd op het spelenderwijs leren. We brengen de
leerlingen in aanraking met allerlei werkjes en werkvormen waarbij o.a. de
getallen, rekenbegrippen en woordenschat centraal staan. Ook worden er
activiteiten gepland waarbij de leerlingen sociaal emotionele vaardigheden
opdoen.
In groep 2 vervolgen we dit op een hoger niveau, waarbij meer van de kinderen
wordt gevraagd. Ook zal er op taalgebied meer aandacht worden besteed aan de
voorwaarden om naar groep 3 te kunnen gaan, zoals letterkennis, klank en rijm en
auditieve synthese.
Voor beide groepen geldt dat er in de klas gewerkt wordt met een keuzebord.
Hierop worden per dag/week werkjes op ‘gepland’ waar de kinderen uit kunnen
kiezen. Per week zijn er één of twee verplichte werkjes. Deze moeten de kinderen
in diezelfde week plannen en maken.
2.6.
Onderwijs in groep 3
Het
grootste deel van de lessen in groep 3 richt zich op de leesontwikkeling. Leren
lezen wordt aangeleerd met behulp van de methode Veilig Leren Lezen. Ook het
middagprogramma, de creatieve ontwikkeling en de wereldoriënterende vakken zijn
vaak gericht op de aangeleerde woordjes, waardoor ze gaan leven bij de
leerlingen. De inrichting van de lessen in het middagprogramma wordt ondersteund
door de methode Veilig Leren Lezen, hierbij wordt het wereldoriënterende deel
van de methode VLL gebruikt.
Naast
lezen wordt er aandacht besteed aan rekenen, wij volgen de methode Wereld in
Getallen.
In dit
leerjaar willen we er voor zorgen dat de leerlingen de basisvaardigheden op een
goed niveau beheersen zodat zij met een goede basis starten met begrijpend lezen
e.d. De komende vier jaar zullen we naast het leren lezen ons nog meer gaan
richten op de ontwikkeling van de woordenschat.
2.7.
Onderwijs in groep 4 t/m
8
In deze
groepen wordt een vervolg gegeven aan de vaardigheden die leerlingen nodig
hebben op gebied van taal, lezen, spelling en rekenen, dit doen we door de
methoden te volgen. Wanneer het voor de leerling beter is van de methode af te
wijken doen we dit, dan wordt dit beschreven in het groepsplan.
Daarnaast
is er ruimte voor de wereldoriënterende vakken en de creatieve ontwikkeling.
Deze vakken worden separaat aangeboden. Er is een aparte methode voor
aardrijkskunde, geschiedenis en natuuronderwijs.
Door het aanbieden van de aparte vakken wordt overlap vinden soms moeilijk, het
is geen weergave van de werkelijke wereld, die is ook niet opgedeeld in aparte
vakken. Wij zoeken naar een manier waarop we kunnen voldoen aan inhouden, maar
waarin ook ruimte is voor de leerling om eigen keuzes te maken, te werken op
eigen niveau en een grotere verbinding met het dagelijks leven
Om de
betrokkenheid van de leerlingen m.b.t. deze laatste vakken te vergroten gaan we
het komende jaar kijken of hierin mogelijkheden zijn, waarbij wij het wel van
belang vinden dat het onderwijsaanbod gestructureerd blijft.
2.8. Methodieken
Op onze
school gebruiken wij methoden om onze lessen voor te bereiden en te zorgen voor
een doorgaande lijn. Iedere methode die bij ons op school gebruikt wordt voldoet
aan de kerndoelen. Wij geven onderwijs in de volgende leergebieden:
Voorbereidend lezen
Schatkist
Aanvankelijk lezen
Veilig leren lezen
Voortgezet technische lezen
Estafette
Begrijpend lezen
Nieuwsbegrip XL
Schrijven in groep 3 t/m 6
Pennenstreken
Voorbereidend rekenen
Schatkist
Rekenen
Wereld in getallen
Taal
Taal actief
Geschiedenis
Bij de tijd
Aardrijkskunde
Wereld van verschil
Natuur
Natuurlijk
Verkeer
3VO leerlingenkranten
Engels
Take it easy
Muzikale vorming
Lichamelijk opvoeding
Voor godsdienst gebruiken wij geen aparte methode, aan de katholieke vieringen
wordt uitgebreid aandacht besteed. Met regelmaat wordt er met leerlingen aan
projecten gewerkt waarin een actueel onderwerp centraal staat.
Bij de vakken lezen, rekenen en taal maken we gebruik van ondersteunende
computerprogramma’s. Ook laten we leerlingen kennis maken met/ gebruik maken van
internet.
De sociaal emotionele ontwikkeling wordt gestimuleerd in de wekelijkse sociale
kring die onderdeel uitmaakt van de effectieve conflicthantering.
2.9.
Urenverantwoording
De inspectie geeft een indicatie van het aantal te besteden uren aan een
vakgebied. Deze aanbeveling nemen wij zo volledig mogelijk over in ons
lesrooster, echter het is aan de beoordeling van de school om te beslissen waar
accenten komen te liggen. De lesroosters worden door de leerkrachten in
samenspraak met directie/IB opgesteld. Mede afhankelijk van de leerbehoefte van
de groep of een individuele leerling kunnen uren anders verdeeld worden. De
exacte urenverantwoording ligt ter inzage bij de directie.
2.10.
Godsdienstige vorming
Als school staan wij, op basis van wederzijds respect, open voor kinderen en
ouders ongeacht hun culturele achtergrond, zonder onze christelijke identiteit
te verliezen. Andere levensovertuigingen en godsdiensten zullen gerespecteerd en
in hun waarde onaangetast blijven.
De school probeert door informatie en vorming een bewustere ondergrond te geven
aan het geloof van de kinderen. We besteden aandacht aan kerkelijke feestdagen,
deze komen in themalessen en tijdens vieringen aan bod. Wij bieden kinderen de
kans elkaar te ontmoeten, te leren kennen en te begrijpen en samen met elkaar op
een waardevolle manier te leren leven in deze multiculturele samenleving,
tijdens de sociale kring wordt hier gericht aandacht aan besteed.
Omdat iedere leerling samen met ouders zelf de keuze maakt om het christelijke
geloof al dan niet te volgen en wij hierin iedere keuze respecteren, worden de
communie en het vormsel buiten de school om georganiseerd. De school stelt wel
de locatie ter beschikking indien gewenst en in de groep wordt er extra aandacht
besteed aan het zingen van de liedjes en de beleving van de kinderen bij deze
vieringen.
2.11.
Aanbod actief
burgerschap
Wij besteden aandacht aan de ontwikkeling van onze leerlingen tot actieve
burgers. We inspireren de kinderen tot het ontwikkelen van een positieve kijk op
de samenleving. We maken de kinderen bewust van de rechten en de plichten die ze
als mens hebben op hun weg naar goed burgerschap. We leggen veel nadruk op een
goede onderlinge relatie en besteden veel aandacht aan sociale vorming. Van
belang hiertoe zijn: communicatie; respect; verdraagzaamheid, vriendschap en
vertrouwen.
Het onderwijs rust op twee pijlers:
1.
Het schoolse leren: nadruk op basale vaardigheden, als taal, lezen, rekenen,
spelling.
2.
Het opvoeden tot Samen Leren Leven als goede burger in onze maatschappij: de
vaardigheden die je nodig hebt om in de samenleving goed te kunnen functioneren
(omgaan met elkaar, verantwoordelijkheid, omgaan met emoties, e.d.).
Belangrijke zaken die als leidraad voor ons onderwijs zijn:
-
Betrokken zijn bij elkaar en de wereld om ons heen
-
Open staan voor de mening en de keuze van een ander
-
Wij hebben op onze school respect voor elkaar
-
Conflicten leren oplossen (vergroting vaardigheden bij leerlingen, leerkrachten
en ouders)
-
Het voorkomen van geweld, zowel
fysiek als verbaal
-
Ontwikkelen van verantwoordelijkheidsgevoel bij de kinderen
-
Verbetering van het groepsklimaat: zorgen voor goede relaties binnen de groep,
respect en waardering voor verschillen.
In het reguliere aanbod besteden we aandacht aan de bevordering van sociale
competenties.
We leren kinderen om op een fijne manier met elkaar om te gaan, kinderen mogen
op school meedenken door de kinderraad, leren dat 'je stem er toe doet'. Op onze
school hebben kinderen rechten maar ook plichten, we doen een beroep op de eigen
verantwoordelijkheid van kinderen. Niet wijzen naar elkaar en anderen, maar
leren om samen te werken met anderen, je leeft samen met anderen. De eigen
omgeving, je leefmilieu en de manier waarop je dit zelf kunt beïnvloeden zijn
belangrijk. Leerkrachten vervullen hierbij een voorbeeldrol. Middels excursies
en deelname een buitenschoolse activiteiten zoals de kunststroom en de Meinweg
bevorderen we deelname aan en betrokkenheid op de samenleving.
Daarnaast is een deel van ons aanbod afgestemd op specifieke omstandigheden in
en rond de school, zoals de Vlindertuin.
2.12.
Bewegingsonderwijs
De leerlingen uit de groepen 1-2 gaan indien de weersomstandigheden dit toelaten
dagelijks naar buiten om te spelen. Ook gaan zij wekelijks een moment binnen gym
ofwel in de speelzaal of in de gymzaal.
De leerlingen uit de groepen 3 hebben eenmaal per week een bewegingsles in de
gymzaal en eenmaal per week een spelles buiten op de speelplaats. Daarnaast gaan
deze leerlingen het eerste half jaar op maandag-, dinsdag- en donderdagmiddag
vijftien minuten buiten bewegen.
De leerlingen uit de groepen 4 en 5 hebben een bewegingsles in de gymzaal en een
spelles buiten op de speelplaats. De bewegingsles wordt vaak ondersteund door
het gebruik van toestellen.
De groepen 6, 7 en 8 hebben twee bewegingslessen hebben in de gymzaal.
Op het moment dat deze groepen ook vrij hebben op de vrijdagmiddag zal er
waarschijnlijk gekozen worden voor een binnengymles van 60 minuten en een
buitengymles van 45 minuten. Dit is mede afhankelijk van de ervaringen die we
opdoen in de groepen 3 t/m 5.
Afhankelijk van de ervaringen met de buitenspellessen kunnen er wijzigingen
worden doorgevoerd, maar hierover wordt u via ISY altijd geïnformeerd.
Op de Berensprong wordt tijdens het bewegingsonderwijs geen zwemmen aangeboden
in de groepen 4. De tijdsinvestering in relatie tot de opbrengsten heeft doen
besluiten hiermee in de toekomst niet door te gaan.
2.13.
Gebruik van de computer
in ons onderwijs
In elke groep bevinden zich minimaal 2 computers. Daarnaast bevinden zich in de
werkruimten bij de groepen ook diverse computers. Gedurende de hele week kunnen
de leerlingen hier gebruik van maken. De leerlingen verwerken
leerstofprogramma’s op de computer die gerelateerd zijn aan onze methodieken.
Daarnaast zijn er programma’s voor leerlingen die extra ondersteuning nodig
hebben en programma’s voor de meer begaafde leerlingen.
De school beschikt in de groepen 3 t/m 8 over digitale schoolborden en de
groepen 1/2 worden in schooljaar 2011-2012 twee digitale schoolborden geplaatst.
Leerlingen maken gebruik van internet ter verrijking van het onderwijs: om
informatie te zoeken, contacten te leggen met leerlingen van andere scholen en
deskundigen te kunnen raadplegen. De software die in ontwikkeling is verwijst
meer en meer naar internetsites voor aanvullend, actueel of alternatief
materiaal. Internetactiviteiten worden hiermee steeds meer onderdeel van
methodes en leergangen. De software bij methodes kan in de toekomst door
kinderen ook via internet benaderd worden. Op de Berensprong hanteren wij een
internetprotocol dat ter inzag ligt bij de ICT-er.
2.14.
Speciale voorzieningen in het
schoolgebouw
Sinds 2006 is de school gehuisvest in een nieuw gebouw, gelegen aan de Bronneberg 31. Het gebouw bestaat uit 15 groepslokalen, een podiumruimte, mediatheek, overblijfruimte, een speelzaal voor kleuters en een inpandige sportzaal. De groepslokalen zijn gesitueerd in 3 afdelingen: de groepen 1-2, de groepen 3/4 en de groepen 5 t/m 8. Centraal is de mediatheek waarin onder meer de schoolbibliotheek gevestigd is. De groepslokalen zijn voor de leerlingen via aparte deuren aan de buitenzijde te bereiken. Buiten de groepslokalen in de gangen en op de rondingen rondom de bovenring bevinden zich computers, daarnaast staan in iedere groep 2 computers. De meeste lokalen zijn voorzien van digitale borden. De sportzaal, speelzaal en podiumruimte worden buiten schooltijden verhuurd voor andere doeleinden. Ons gebouw is rolstoeltoegankelijk en voorzien van een lift. In ons gebouw is een mogelijkheid tot tussenschoolse- en buitenschoolse opvang.
HOOFDSTUK 3
DE ZORG VOOR KINDEREN
Op onze school werken twee Interne begeleiders. Jos Opbroek en Christine Eijpe
hebben de taak de leerkrachten behulpzaam te zijn bij de zorg voor de leerling
met werk- en/of gedragsproblemen en in samenspraak te zoeken naar
mogelijkheden/werkwijzen om adequaat aan de problemen te werken d.m.v.
remediërende taken, handelingsplannen of ondersteuning door externe instanties.
De uitvoerende taken blijven in handen van de groepsleerkrachten. De interne
begeleiders behouden het overzicht van de vorderingen van de leerlingen in de
groepen. Twee keer per jaar vult de leerkracht een groepsdocument in m.b.t.
zijn/ haar groep en dit wordt doorgesproken met de ib'er. Hieruit voort komen de
leerlingen die moeten worden opgenomen in de groepsplannen.
In de groepsdocumenten worden ook de geanalyseerde cito-resultaten meegenomen.
In bouwvergaderingen is ruimte om een leerling te bespreken. De leerkrachten
kunnen dan collega’s consulteren m.b.t. hun groep of individuele leerlingen.
Blijven leer- en/of gedragsproblemen bestaan dan volgt een gesprek tussen
groepsleerkracht en de interne begeleider en kan de leerling in aanmerking komen
voor een bespreking in de consultatieve leerlingbegeleiding, waarbij altijd
iemand van een externe begeleidingsdienst aanwezig is.
Voordat leerlingen in aanmerking kunnen komen voor nader onderzoek door een
Onderwijsbegeleidingsdienst of een andere externe hulpverlening worden hun
gegevens altijd eerst door leerkracht met de interne begeleider en de ouders
besproken. Ouders wordt toestemming gevraagd wanneer er sprake is van externe
hulpverlening.
Daar waar nodig stemmen wij de onderwijsprogramma’s af op het individuele kind.
Voor de leerling met leer- of gedragsproblemen is, na overleg en/of in
overeenstemming met de ouders, extra begeleiding mogelijk door de
groepsleerkracht (ondersteund door de interne begeleider leerlingenzorg) of door
leerkrachten vanuit speciaal onderwijs.
Leerlingen, met specifieke onderwijsbehoeften binnen een bepaald vak- en
vormingsgebied worden met gerichte instructie begeleid in een aangepast tempo en
met geschikte hulpmaterialen. De groepsleerkracht neemt deze aanpassingen op in
het groepshandelingsplan.
Ook leerlingen die sneller in hun ontwikkeling zijn, krijgen via een groeps- of
individueel handelingsplan aangepaste leerstof, die tegemoetkomt aan hun
leerbehoefte (in/na overleg met ouders en Intern Begeleiders).
Systeem van leerlingenzorg op de Berensprong:
Niveau 1:
Algemene zorg
De leerkracht geeft kwalitatief goed onderwijs aan zijn/haar groep leerlingen.
Hij/Zij speelt daarbij in op problemen die leerlingen kunnen krijgen. Hij/Zij
richt het onderwijs zo in dat problemen van leerlingen zoveel mogelijk worden
voorkomen.
De leerkracht:
Indien de ontwikkeling van leerlingen daartoe aanleiding geeft, gaat de
leerkracht over tot extra zorg (niveau 2)
Niveau 2:
Extra zorg
De leerkracht geeft extra zorg aan een of meer kinderen die dat nodig hebben. De
leerkracht geeft deze extra begeleiding op basis van de signaleringsgegevens die
hij met de interne begeleider heeft besproken. De leerkracht geeft extra zorg
door:
De leerkracht evalueert de gegeven hulp en gaat na of de extra zorg succes heeft
gehad. Op grond van de evaluatiegegevens neemt de leerkracht een
voortgangsbeslissing.
dit kan zijn:
Alle verkregen informatie en genomen besluiten worden weergegeven in een
groepsdossier en/of het persoonlijk leerling-dossier.
De groepsleerkracht is verantwoordelijk voor:
a.
het volgen en de begeleiding van de leerling in zijn/haar ontwikkeling;
b.
het registreren van de verkregen gegevens;
c.
het up to date houden van het groepsleerlingendossier
d.
het consulteren van de interne begeleider.
Niveau 3
Speciale zorg na intern onderzoek
De leerkracht bespreekt de leerling met de interne begeleider.
Op grond van de verzamelde informatie verkennen de leerkracht en de interne
begeleider oplossingen voor het probleem en maken werkafspraken. Dit eventueel
in overleg (advies) met de leerlingbegeleider van de
onderwijsbegeleidingsdienst. De werkafspraken worden door de leerkracht en/of de
remedial teacher in of buiten de groep uitgevoerd.
Het inzetten van speciale zorg richt zich op:
De leerkracht evalueert de gegeven hulp en gaat na of de speciale zorg effect
heeft. Op grond van deze evaluatie nemen de leerkracht en de interne
leerlingenbegeleider een voortgangsbeslissing.
Dit kan zijn:
·
doorgaan met begeleiding in de speciale zorg op dit niveau totdat het gewenste
resultaat bereikt is;
·
teruggaan naar het niveau van extra zorg (niveau 2) of het niveau van algemene
zorg (niveau 1);
·
aanmelden bij de externe hulpverlener voor extern psychodiagnostisch onderzoek
(niveau 4).
Niveau 4
Speciale zorg na extern onderzoek
De leerkracht bespreekt de leerling met de interne begeleider en de externe
hulpverlener. De beschikbare gegevens worden geanalyseerd en het diagnostisch
onderzoek wordt door de externe hulpverlener vastgesteld. De externe
hulpverlener verricht een psychodiagnostisch onderzoek en bespreekt de gegevens
met de leerkracht, de ouders en de interne begeleider.
Leerkracht, interne begeleider en externe hulpverlener stellen mede op basis van
de externe diagnose-gegevens een handelingsplan op.
De leerkracht voert het handelingsplan uit, eventueel ondersteund door de
interne begeleider, de remedial teacher en/of de ambulante begeleider vanuit het
speciaal onderwijs. Het handelingsplan wordt geëvalueerd en er wordt een
voortgangsbeslissing genomen.
Dit kan zijn:
Niveau 5
Bovenschoolse zorg (samenwerkingsverband)
Wanneer een leerling niet verder verantwoord begeleid kan worden in de
basisschool is de grens van het continuüm van zorg van de basisschool bereikt.
Er wordt dan overgegaan naar het niveau van bovenschoolse zorg (niveau 5).
3.2.
Procedure toelating
nieuwe leerlingen
Op de Berensprong is geen specifiek aannamebeleid, de meeste leerlingen die onze
school bezoeken zijn afkomstig uit Herkenbosch en omgeving. Wanneer er sprake is
van onverantwoord grote groepen of de groepssamenstelling qua zorg dusdanig
intensief is, wordt dit met ouders besproken.
Conform de wettelijke regelgeving (rapport inspectie) kunnen de kleuters op de
basisschool beginnen vanaf de dag dat ze vier jaar worden.
Wanneer leerlingen bij ons op school komen, vragen wij in eerste instantie die
informatie m.b.t. het kind aan de
ouders die belangrijk is voor onze school om te weten. Als kinderen het
Kinderdagverblijf en/of Peuterspeelzaal (onze buren in de Brede School) hebben
bezocht, vindt er altijd vooraf een overdracht plaats. Op deze manier zijn we
vooraf goed op de hoogte en kunnen de overgang voor de kinderen zo prettig
mogelijk laten verlopen.
Alle leerlingen, vóór 1 januari van enig jaar geboren, worden geplaatst in
groep 1. Deze leerlingen stromen het daarop volgende schooljaar bij
evenwichtige leer- en ontwikkelingsresultaten door naar groep 2, vervolgens naar
3, enz.
Vóór hun 4e verjaardag kunnen de kleuters een ochtend en een middag
komen wennen in de groep waar ze geplaatst worden. Zes weken voordat de kleuter
4 jaar wordt, krijgen de ouders schriftelijk bericht in welke groep de kleuter
is ingedeeld en bij welke leerkracht(en). Bij deze leerkrachten kunnen de ouders
dan een afspraak maken voor de wendagen.
3.3.
Verlengde leertijd
De eerste twee kleuterjaren heeft een kind er recht op zich naar eigen aanleg en
tempo te ontwikkelen. Dit verdient tijd en daarom past daar niet meteen een
beoordeling bij. Het kind wordt wel gevolgd in zijn ontwikkeling en
geobserveerd. De groepsleerkracht houdt deze ontwikkeling nauwkeurig bij en
stelt de ouders daarvan op de hoogte.
Gedurende de periode dat uw kind in een bepaalde groep zit, houdt de
groepsleerkracht de ontwikkelingen en vorderingen bij d.m.v. observaties,
methodegebonden toetsen en landelijke toetsen van het Cito om zo objectieve
maatstaven aan te leggen.
De resultaten van deze toetsen zijn voor ons altijd aanleiding tot een gesprek
tussen de groepsleerkracht en de interne begeleider. Bij
opvallende resultaten wordt het kind besproken in de leerlingbespreking.
Hierbij zoekt het team gezamenlijk naar oplossingen om eventuele leer- of
gedragsproblemen aan te pakken. Als dit onvoldoende effect heeft wordt een
externe specialist ingeschakeld. Na het afnemen van extra testen wordt gekeken
welke mogelijkheden de school heeft om dit kind verder te helpen, eventueel met
ambulante begeleiding. Indien de mogelijkheden onvoldoende zijn kan een
verwijzing naar het speciale onderwijs volgen.
Gewoonlijk stromen de leerlingen door naar het volgende leerjaar. In zeer
uitzonderlijke gevallen kan een kind een groep overdoen maar dan moeten er wel
aanwijsbare redenen zijn waarom het leerproces van het kind niet volgens
verwachting verloopt.
De afweging tot verlengde leertijd wordt genomen in het perspectief van wat mag
worden verwacht als het kind overgaat of blijft zitten. Er wordt rekening
gehouden met de totale ontwikkeling van het kind.
Bij de besluitvorming tot verlengde leertijd wordt rekening gehouden met de
totale ontwikkeling van het kind en het te verwachten perspectief.
Leerproblemen alleen zijn in principe geen reden om een kind te laten doubleren;
kinderen die moeite hebben met de reguliere leerstof, krijgen speciale
leerstofinstructie. Voorkomen moet worden dat een verlengde leertijd uitstel
biedt voor het geven van onderwijs op maat en de leerling nog een jaar
“meegetrokken” wordt in het reguliere onderwijs van zijn/haar klas.
Verlengde leertijd betekent niet dat het kind alle leerstof van het voorgaande
jaar op eenzelfde manier en in eenzelfde tempo herhaalt. Een leerling met een
verlengde leertijd heeft dus per definitie een aangepast programma dat
gepresenteerd wordt door de groepsleerkracht, eventueel in samenspraak met IB-er.
Het besluit tot verlengde leertijd wordt zeer zorgvuldig genomen, dit gebeurt op
grond van door de leerkracht, IB-er en locatiedirecteur duidelijk besproken
argumenten. Ouders worden in dit proces vroegtijdig meegenomen. Het advies van
de school is in deze bindend.
3.4.
Leerlingvolgsysteem
Om op onze school de leerlingen zo goed mogelijk te volgen maken wij gebruik van
de volgende middelen:
-
observaties door de leerkracht die worden vastgelegd in het leerling-dossier
-
methodegebonden toetsen bij diverse vakgebieden
-
de toetsen van het CITO leerlingvolgsysteem, dit zijn niet methodegebonden
toetsen, op gebied van rekenen, taal, lezen en spelling
-
de leerlingen van de groep 7 maken de CITO entreetoets
-
de leerlingen van groep 8 maken de CITO eindtoets basisonderwijs
3.5.
Overleg met / rapportage
aan ouders
Drie keer per schooljaar krijgen de leerlingen van groep 3 t/m 8 een rapport.
Het rapport van groep 3 verschilt van de rapporten van groep 4 t/m 8.
Na uitreiking van het eerste en tweede rapport volgt er tussen ouders en
groepsleerkracht een 10-minutengesprek waar gesproken wordt over de vorderingen
en het functioneren van uw kind op school. In de groepen 1-2 ontvangt u geen
rapport maar wordt u wel uitgenodigd voor een gesprek.
3.6.
Begeleiding meer- en
hoogbegaafde leerlingen
Leerlingen die een bovengemiddeld IQ hebben krijgen op onze school verdiepings-
en verrijkingsleerstof aangeboden. Zij volgen dan niet alle onderdelen van het
reguliere programma, delen van de lesstof worden in compacte vorm aangeboden. In
sommige gevallen stromen leerlingen sneller door naar de volgende groep.
Vanaf schooljaar 2011-2012 is er in de stichting een plusklas voor hoogbegaafde
leerlingen gestart. Van iedere school mogen 1 of 2 leerlingen starten, dit is
afhankelijk van de schoolgrootte. Deze leerlingen moeten voldoen aan de hiervoor
vastgestelde criteria. Deze leerlingen gaan 3 dagdelen in de week naar de
Plusklas. Deze voorziening is tijdelijk tot 2015, daarna moet iedere school zelf
beleid voor hoogbegaafde leerlingen hebben ontwikkeld.
3.7.
Samenwerkingsverband
Swalm en Roer
Onze school participeert in het samenwerkingsverband Swalm en Roer dat bestaat
uit 25 basisscholen en een school voor speciaal basisonderwijs. Deze scholen
zijn verspreid over twee gemeenten: Roerdalen en Roermond.
In het SWV Swalm en Roer functioneren 2 schoolbesturen:
-
Stichting Swalm en Roer voor Onderwijs en Opvoeding
-
Stichting Pallas te Arnhem
Het beleid is vastgelegd in het Zorgplan. Dit beleidsplan vormt de basis voor
het onderwijskundig beleid en met name het zorgbeleid van alle scholen.
In dit beleid staat de volgende visie centraal:
De beste zorg voor leerlingen is goed onderwijs. Het is goed onderwijs waar het
SWV Swalm en Roer voor wil gaan. Voor het samenwerkingsverband is de ideale
school een school waar iedere leerling, meer, minder of anders getalenteerd,
zich kan ontplooien in een prettig klimaat.
Basisgedachte hierbij is dat verschillen tussen leerlingen vanzelfsprekend zijn.
Wij hebben te maken met veranderende kinderen in een veranderende omgeving. Het
vraagt, naast een grote inzet, andere accenten op pedagogische en didactische
kwaliteiten om zo goed mogelijk bij de verschillen en behoeften van leerlingen
aan te sluiten.
Het inhoudelijk beleid wordt geïnitieerd en aangestuurd door een coördinator die
functioneert onder leiding van het bestuur van het samenwerkingsverband.
Uitvoering van het beleid vindt hoofdzakelijk plaats op schoolniveau onder
verantwoordelijkheid van directies en IB'ers. Daarnaast kunnen werkgroepen
worden gevormd die activiteiten uit het Zorgplan voorbereiden, uitvoeren of
coördineren.
In het Samenwerkingsverband functioneert een Permanente Commissie Leerlingenzorg
(PCL). De PCL heeft tot taak te beoordelen of en welke bovenschoolse zorg voor
een leerling noodzakelijk is en of een SBO beschikking gewenst is.
De taken, verantwoordelijkheden en werkwijze van de PCL zijn nader uitgewerkt in
het Huishoudelijke Reglement PCL (met daaraan gekoppeld de klachtenregeling).
Vestigingsadres Stichting SWV Swalm en Roer:
Postbus 606
6040 AP Roermond
Telefoon:
06-46129670
Email: info@swv-swalm-roer.nl
Vestigingsadres PCL- SWV Swalm en Roer:
Postbus 606
6040 AP Roermond
Bestuur SWV Swalm en Roer:
Voorzitter:
dhr. T. Timmermans (bestuurslid Swalm en Roer)
Secretaris/penningmeester
dhr. A. Uiting (bestuurslid Swalm en Roer)
Lid:
vacature (bestuurslid Pallas)
Coördinator:
dhr. T. Titulaer
PCL:
Voorzitter:
mevr. Marieke Wissing-Koot;
Ambtelijk secretaris:
mevr. Louke van Cruchten;
Leden:
mevr. Helmine Steijvers (psycholoog/orthopedagoog);
Mevr. Manon Boerland (namens basisscholen)
Dhr. Jozef Reijnders
Voor meer informatie zie de website:
www.swv-swalm-roer.nl
3.8.
De extra leerlingenzorg
wordt gecontinueerd in het vervolgonderwijs
Op de meeste basisscholen zitten kinderen die extra zorg
krijgen, omdat ze dit nodig hebben.
Voordat de school met de extra hulp start, wordt de vraag gesteld: “Kunnen we
dit zelf, of is er op de speciale basisschool een betere plek voor onze
leerling? In toenemende mate is het antwoord: “Ja, dat kunnen we zelf”.
Het beleid achter deze ontwikkeling heet: Weer Samen Naar School (WSNS)
en leerlinggebonden financiering (LGF of de zogenaamde ‘rugzakleerling’).
Dit heeft ertoe geleid dat de speciale (basis-) scholen in de afgelopen
jaren steeds minder leerlingen hoefden op te vangen, omdat de basisscholen zelf
de extra zorg konden bieden.
De meeste ouders die hierbij betrokken waren (omdat hun kind het moeilijk had
op school), vonden dit een prima oplossing: nu bleef hun kind bij de eigen
vriendjes en vriendinnetjes op de eigen basisschool in de buurt. Aan het eind
van de basisschool bespreekt de school met de ouders welke vervolgopleiding het
meest geschikt voor hun kind is. De ouders zullen dan vragen: “Krijgt ons kind,
dat bij jullie extra zorg heeft gekregen, die extra zorg ook op het
vervolgonderwijs?
Dit is inderdaad het geval:
Als er leerachterstand is op meerdere gebieden dan zal uw kind hiervoor in
aanmerking kunnen komen; het is afhankelijk van de grootte van de achterstand of
uw kind in aanmerking komt voor leerwegondersteunend onderwijs (LWOO)
of praktijkonderwijs (PRO). LWOO
betekent dat uw kind extra hulp krijgt in het voortgezet onderwijs. PRO betekent
dat het voor uw kind beter is dat hij deze hulp krijgt in een aparte school met
nog meer extra faciliteiten.
Voor kinderen die een leerlinggebonden budget hebben, geldt ook dat deze extra
ondersteuning gecontinueerd kan worden in het vervolgonderwijs als tenminste
voldaan wordt aan de daarvoor geldende criteria.
Al deze voorzieningen
geven de garantie voor extra hulp in het vervolgonderwijs.
Om als leerling hiervoor in aanmerking te komen is een indicatie noodzakelijk;
Het is dus geen automatisme! De leerling wordt getest en er wordt een
rapport opgemaakt zodat beoordeeld kan worden of de leerling voldoet aan de
geldende criteria. Hiervoor zijn verschillende routes.
Een LWOO indicatie wordt afgegeven door een Regionale Verwijzingscommisie (RVC).
De PRO beschikking wordt afgegeven door de Permanente Commissie leerlingenzorg
(PCL) en
de rugzakindicatie door de Commissie voor indicatiestelling (CVI’s). Als
basisschool zullen we u en uw kind extra begeleiden bij de overstap indien een
van deze drie vormen van extra leerlingenzorg aan de orde is.
Niet elke basisschool geeft op dezelfde wijze extra hulp op school. Dat geldt
ook voor de scholen voor vervolgonderwijs. Niet elke school voor voortgezet
onderwijs heeft LWOO op dezelfde wijze ingevuld.
Bij de keuze van de ouders voor de vervolgschool, zou dat een aanvullende vraag
kunnen zijn: “Hoe helpen ze ons kind daar verder?
Sluit deze hulp aan bij de reeds geboden hulp op de basisschool en is
het noodzakelijk dat deze hulp aansluit?”
Samenvattend:
De extra zorg op de basisschool zal in principe worden voortgezet op het
voortgezet onderwijs. De wijze waarop kan (sterk) afwijken van de wijze waarop
in het basisonderwijs extra zorg is verleend.
Leerlingen die op de basisschool geen extra zorg hebben gehad kunnen daarvoor in
het voortgezet onderwijs toch in aanmerking komen mits ze maar voldoen aan de
daarvoor geldende criteria.
3.9.
Samenwerking met
externen via het Zorg en Advies Team (ZAT)
Elke school moet er voor zorgen dat de leerlingen zo goed mogelijk de school
doorlopen. Soms is daarbij extra zorg nodig. Dat kan zorg zijn op het gebied van
leren, maar ook zorg op het gebied van gedrag, of zorg omdat een leerling niet
lekker in zijn vel lijkt te zitten. Soms heeft de school bij het begeleiden van
zorgleerlingen hulp van anderen nodig. De school werkt daarvoor samen met mensen
die deskundig zijn op dat gebied, b.v. mensen van de
onderwijsbegeleidingsdienst, of mensen van Bureau Jeugdzorg (BJZ), en het
Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW). Net zoals de meeste andere scholen in
Roermond en omgeving, werkt de Berensprong samen via een ZAT. Dit betekent een
Zorg en Adviesteam. In het ZAT zit een vaste medewerker van school (de intern
begeleider), en ook vaste medewerkers van BJZ, AMW en Jeugdgezondheids-zorg. Als
het nodig is, kunnen er soms ook andere deskundigen bij zitten, b.v. de
leerplichtambtenaar, of iemand van de onderwijsbegeleidingsdienst, of ambulante
begeleiders vanuit het speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs.
Wij willen er zo voor zorgen dat er op tijd de goede zorg wordt gegeven, het
liefst als de problemen nog niet te groot zijn. Ook willen we dat school en
deskundigen buiten de school goed samenwerken, en samen één plan maken voor een
kind. We hopen dat de drempel naar de hulpverlening niet zo hoog is als we
vanuit de vertrouwde omgeving van de school de zorg aanbieden of op gang
brengen.
De werkwijze.
Op geregelde tijdstippen (minimaal 4 maal per jaar) komt het ZAT op school bij
elkaar om te spreken over leerlingen die extra zorg nodig hebben. Ook buiten de
bijeenkomsten van het ZAT houdt de intern begeleider, als dat nodig is, contact
met de betrokken instellingen.
In het ZAT wordt besproken hoe we met een bepaald probleem om kunnen gaan. Kan
de intern begeleider zelf aan de slag, of is er hulp nodig van de deskundigen?
En welke hulp is dan het beste?
Ook bespreken we wat er gebeurd is met de leerlingen die tijdens de vorige
bijeenkomsten besproken zijn. Is de hulp al gestart? Heeft het gewerkt? Moeten
we nog andere afspraken maken?, enz.
Verder kunnen we vanuit het ZAT nog de volgende dingen doen:
Als we een leerling willen bespreken in het ZAT of met andere hulpverleners, zal
de school hiervoor altijd eerst schriftelijk toestemming aan de ouders vragen.
Het is mogelijk om een leerling anoniem te bespreken in het ZAT wanneer ouders
geen toestemming hebben gegeven.
3.10.
Meldcode: "vermoedens
van huiselijk geweld en kindermishandeling"
Het werken met een meldcode is een wettelijke verplichting voor iedereen die
werkt met kinderen. Landelijk gezien is een groot aantal kinderen jaarlijks
slachtoffer van kindermishandeling. Beroepskrachten die met kinderen werken
kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het verminderen en doen stoppen van
kindermishandeling bij deze kinderen. Door alert te zijn op signalen die kunnen
wijzen op inadequate zorg aan deze kinderen door hun opvoeders kunnen
beroepskrachten tijdig actie ondernemen.
Stichting Swalm en Roer heeft een meldcode opgesteld in samenwerking met diverse
instanties uit de regio op basis van landelijke criteria. Deze meldcode is een
stappenplan waarin staat hoe een professional moet omgaan met het signaleren en
melden van vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling. Als de school
een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld heeft, dan worden
volgens deze meldcode de volgende stappen gezet.
Voor een volledige beschrijving van de meldcode verwijzen we u naar de website
van de school.
3.11.
Omgaan met
leerlinggegevens
De Berensprong verzamelt informatie van alle leerlingen die bij ons op school
zijn ingeschreven in de leerlingenadministratie. We hebben de informatie nodig
om ervoor te zorgen dat we de leerlingen zo goed mogelijk kunnen begeleiden bij
het doorlopen van de school en waar nodig extra zorg te kunnen bieden.
De algemene informatie over leerlingen staat in het leerling-dossier (naam,
adres, cijfers, absentie en verzuim, etc). De informatie die nodig is voor
begeleiding staat ook in het leerling-dossier (bijvoorbeeld: testresultaten,
observaties, afspraken uit leerlingbesprekingen en zorgoverleg, resultaten van
specifieke begeleiding).
Daar wij deze gegevens over leerlingen verzamelen vallen we onder de Wet
Bescherming Persoonsgegevens. Deze wet is bedoeld om ervoor te zorgen dat de
gegevens over personen zorgvuldig worden gebruikt en om misbruik ervan
tegen te gaan. Het zorgdossier is daarom alleen toegankelijk voor de begeleiders
van een leerling ín de school. We zorgen er dus voor dat gegevens over
leerlingen uit het leerling-dossier alleen binnen de school worden gebruikt.
In de school wordt er regelmatig over leerlingen gesproken, bijvoorbeeld in de
groepsbespreking, de leerlingbespreking en het interne zorgoverleg. Dit overleg
is nodig om de vorderingen van de leerlingen te volgen, problemen te signaleren
en met de leerkrachten afspraken te maken over leerlingbegeleiding. Voor
leerlingen die extra begeleiding of zorg nodig hebben, wordt samengewerkt met
externe deskundigen zoals onderwijsbegeleidingsdiensten of het Zorgadviesteam.
Als we een leerling willen bespreken met deze externen wordt daarvoor eerst aan
ouders/verzorgers toestemming gevraagd.
Volgens de wet Bescherming Persoonsgegevens heeft u als ouder/verzorger recht op
inzage, recht op correctie en recht op verzet. Wilt u meer weten over deze wet
kijk dan op http://www.cbpweb.nl.
Heeft u vragen over het leerling-dossier of over het zorgoverleg in de school,
neem dan contact op met de interne begeleiders: Jos Opbroek, IB-er groep 1 t/m 3
en Christine Eijpe, IB-er groep 4 t/m 8.
3.12.
Begeleiding naar het
voortgezet onderwijs
Groep 7:
In groep 7 vindt aan het eind van het jaar (omstreeks mei) de CITO Entreetoets
plaats. Deze toets wordt door alle leerlingen van groep 7 gemaakt.
De uitslag van de toets wordt omgezet in ons leerlingvolgsysteem, zodat wij op
klassikaal niveau en individueel niveau weten waar in groep 8 extra aandacht aan
moet worden besteed.
In een groepsbespreking met de intern begeleider geven de leerkrachten van groep
7 aan welk schooladvies zij zouden geven. De leerkrachten van groep 8 worden
hier niet van op de hoogte gebracht, zodat zij met een objectieve blik naar de
kinderen kunnen kijken.
Groep 8 :
November:
medio november vinden de groepsbesprekingen met de intern begeleider plaats. De
intern begeleider zal aan de leerkrachten vragen naar een voorlopig
schooladvies.
Rond die tijd zal het CITO ook voorlopig advies uitbrengen , gebaseerd op de
CITO Entreetoets van groep 7.
Tijdens de 1e rapportavond zal dit advies met u besproken worden.
Januari/ februari:
in januari wordt het definitieve eindadvies vastgesteld. Hier zijn de volgende
personen bij aanwezig:
Er wordt bij het samenstellen van het eindadvies gekeken naar de volgende zaken
( in willekeurige volgorde):
Voordat de definitieve CITO uitslag bekend is, wordt in een gesprek met ouders
en leerling het advies gegeven. Wij doen dit met opzet, voordat de uitslag van
de CITO bekend is, omdat we alle schijn van beïnvloeding door deze uitslag
willen voorkomen.
Het eindadvies wordt eenmalig vastgesteld en daarna niet meer veranderd/
aangepast op verzoek van ouders of na de definitieve uitslag van het CITO.
Afnamemoment CITO eindtoets:
de afname CITO eindtoets vindt plaats in de periode die hiervoor door het
ministerie wordt aangemerkt. Afgelopen schooljaar was dit in februari maar in de
toekomst kan dit ook later zijn. In principe maken alle kinderen de Eindtoets.
Er zijn echter een aantal verschillende manieren waarop deze wordt afgenomen:
kinderen met een dyslexieverklaring krijgen de toets via een cd voorgelezen en
kinderen die kleurenblind zijn krijgen een speciale zwart/ wit versie.
Kinderen met eigen leerlijnen en een ontwikkelingsachterstand van minimaal
anderhalf jaar t.o.v. het gemiddelde niveau van groep 8 op tenminste twee van de
volgende vakken: begrijpend lezen, spelling en rekenen, komen in aanmerking voor
de niveautoets van het CITO. De niveautoets is een aangepaste toets die de
kinderen digitaal maken. De uitslag van de toets is vergelijkbaar met de
reguliere eindtoets.
De leerkracht bekijkt samen met de intern begeleider welke kinderen voor de
niveautoets in aanmerking komen, waarna ouders en leerlingen op de hoogte worden
gebracht.
Februari/ maart:
zo gauw de school de uitslag van de CITO Eindtoets heeft ontvangen wordt deze
mee naar huis gegeven.
Informatieavond:
ieder jaar zal voor de ouders van leerlingen uit de groepen 7 en 8 een
informatieavond worden georganiseerd. Op deze avond zal verteld worden hoe het
onderwijssysteem er na groep 8 uitziet.
De precieze datum voor deze avond zal in januari via Isy bekend worden gemaakt.
Open dagen:
de meeste middelbare scholen organiseren in de periode januari tot met april
open dagen. Data en tijden worden op de kalender van ISY vermeld. Ook als uw
kind in groep 7 zit kunt u deze dagen bezoeken.
Inschrijven:
ouders krijgen via de basisschool de benodigde papieren om hun kind in te
schrijven voor de middelbare school van hun keuze.
Wij zorgen ervoor dat deze worden doorgestuurd naar de diverse scholen.
De school voor voortgezet onderwijs neemt uiteindelijk het besluit of kinderen wel of niet worden aangenomen.
HOOFDSTUK 4
ZORG VOOR KWALITEIT
4.1.
Werken aan
kwaliteitsverbetering
Het kwaliteitsbeleid van de Basisschool De Berensprong richt zich op de
systematische bewaking, borging en verbetering van de kwaliteit van het
onderwijs.
De school geeft verantwoording op de inspectie-indicatoren voor kwaliteitszorg.
De onderstaande indicatoren en daarbij behorende activiteiten worden zichtbaar
in de meerjarenplanning van de school.
4.2.
Kwaliteitsverbetering
door goede methoden
Op groepsniveau werken we aan de kwaliteit door gebruik te maken van methoden
die passen bij onze school en die voldoen aan de kerndoelen. Binnen de
verschillende bouwen wordt veel samengewerkt om een goede afstemming te houden.
Bij de keuze van een nieuwe methode vragen we ons af of deze voldoende
ondersteund in de leerbehoefte van de leerlingen en of het materiaal
aantrekkelijk oogt voor de leerlingen. Iedere methode moet voorzien in extra
oefenstof die nodig is voor de moeilijk lerende leerling en moet verrijkingsstof
aanbieden.
4.3.
Kwaliteitsverbetering
door te zorgen voor goed toegeruste leerkrachten
De laatste jaren is personeelsbeleid een item in het onderwijs dat de nodige
aandacht behoeft, verdient en krijgt. Een belangrijke succesfactor binnen
onderwijs is het personeel. Competente personeelsleden die op een prettige
manier functioneren zijn de basis van goed onderwijs.
Ons beleid voor de komende vier schooljaren is gebaseerd op het strategische
beleid van Swalm en Roer en op de wet vastgestelde kwaliteitseisen, gevat in de
wet Beroepen In het Onderwijs: de
wet BiO.
Deze Wet op Beroepen in het onderwijs is sinds 1 augustus 2006 van kracht.
Vanuit deze wet zijn er kwaliteiteisen opgesteld die door de Stichting
Beroepskwaliteit Leraren (SBL) vertaald zijn in competenties en verplicht dat er
voor iedere leerkracht een vakbekwaamheiddossier wordt bijgehouden.
Een bekwaamheidsdossier is een geordende verzameling gegevens die laten zien dat
de leerkracht bekwaam is en zijn bekwaamheid onderhoudt in afstemming met het
beleid van de school.
Personeelsleden zijn steeds meer bewust bezig met hun eigen drijfveren en
hieraan gerelateerd de manier waarop ze hun kennis en vaardigheden kunnen/
willen/ moeten ontwikkelen.
De komende schoolplanperiode willen we bewuster gaan werken aan het
specialiseren van leerkrachten. De IPB ontwikkeling in relatie tot wat er van
ons onderwijs tegenwoordig gevraagd wordt, noodzaakt ons er toe dat leerkrachten
zich gaan specialiseren en dat er gebruik gemaakt wordt van elkaar (opgedane)
competenties. In bouwvergaderingen wordt open gesproken over de competenties van
collega's en op welke manier we deze willen inzetten.
De ontwikkeling van kinderen in de huidige tijd vraagt vaak om een specifieke
aanpak door leerkrachten. Hiervoor heb je vakbekwaam personeel nodig,
leerkrachten die kennis hebben van aanbod, leerlijnen, didactiek in relatie tot
de behoefte van de leerling.
Wij streven naar leerkrachten die orthodidactisch bekwaam zijn, daarom willen we
leerkrachten scholen in:
- kennis van sociaal-emotionele ontwikkelingen, stagnaties en de manier van
aanpak
- kennis van leerlijnen, referentieniveaus in relatie tot individuele
mogelijkheden
- kennis opdoen over de manier waarop je leerstrategieën bij leerlingen optimaal
kunt inzetten
De komende vier schooljaren wordt op verschillende momenten scholing aangeboden
in samenhang met een collega-school om leerkrachten de mogelijkheid te geven
zich te bekwamen in een onderdeel waarin ze minder competent zijn of interesse
hebben. De scholing zal vorm krijgen in teamscholing of door het aanbieden van
workshops. "Met plezier leren van
en met elkaar" is daarbij het uitgangspunt.
Het team van de Berensprong streeft er naar om zo breed mogelijk te kijken naar
kinderen en hun ontwikkelingen, daarvoor hebben we specialisten nodig op het
gebied van: hoogbegaafdheid, rekenen, taal, sociaal emotionele vorming en ICT.
4.4.
Kwaliteitsverbetering
door het leerlingvolgsysteem
De resultaten van de leerlingen worden op groepsniveau geanalyseerd en de
conclusies worden opgenomen in het groepsdocument dat wordt besproken met de
intern begeleider. Alle leerkrachten afzonderlijk en als team voelen zich
verantwoordelijk voor resultaten op zowel leer- als sociaal-emotioneel gebied.
Wij blijven niet stilstaan bij de analyse van de resultaten maar zetten de
volgende stappen in acties, alleen dan is het afnemen van toetsen en analyseren
van gegevens zinvol.
4.5.
Kwaliteitsverbetering
d.m.v. het schoolontwikkelingsplan
Binnen de school werken we aan kwaliteitsbeleid door te zorgen voor een
meerjarenplanning. Bij de verdeling voor de komende schoolplanperiode is gekeken
naar de haalbaarheid. Het schoolplan is uitgewerkt in een jaarplannen met
activiteiten, gepland volgens de PDCA (plan, do, check, act) wijze.
Op schoolniveau wordt er een analyse gemaakt van de resultaten waaraan een
sterkte-zwakteanalyse is gekoppeld die in verbinding staat met het jaarplan.
De komende schoolplanperiode wordt een schoolspecifiek kwaliteitshandboek
ingericht dat voor alle teamleden toegankelijk is. Hierin worden bijvoorbeeld
schoolafspraken en kwaliteitskaarten opgenomen.
Middels ons kwaliteitsbeleid willen we ervoor zorgen dat er planmatig gewerkt
wordt aan de verbetering van ons onderwijs, dat onze kwaliteit zichtbaar wordt
voor ouders en andere externen en dat we verantwoording kunnen afleggen over de
behaalde resultaten.
De instrumenten om informatie te verzamelen, worden cyclisch ingezet. Wij
gebruiken onderstaande instrumenten om gegevens te inventariseren:
4.6.
Schoolontwikkelingsonderwerpen schooljaar 2011-2012
Na een herijking van de missie en visie in schooljaar 2008-2009, hebben we in
schooljaar 2009-2010 een start gemaakt met het werken aan de ontwikkelpunten. Om
de verbetering van ons onderwijs goed door te voeren en te borgen gaan wij
komend jaar de ontwikkelpunten verder uitdiepen.
Daarnaast heeft de stichting Swalm en Roer kritische succesfactoren benoemd
welke we in 2015 behaald willen hebben. Deze succesfactoren zijn mede
uitgangspunt geweest bij het opstellen van het schoolplan 2011-2015.
Aandachtspunten voor de komende jaren blijven:
Ø
effectieve instructie a.d.h.v. DI model (directe instructiemodel)
Ø
een doorgaande lijn in zelfstandig werken en mogelijkheden bekijken voor de
invoering van dagtaken
Ø
werken met groepsdocumenten en groepshandelingsplannen
Ø
voeren van goede consultatieve gesprekken met de intern begeleider of externen
middels de manier van HGPD (handelingsgerichte proces diagnostiek)
Ø
analyseren van toetsgegevens en hieraan de juiste acties verbinden
Ø
uitbreiden van het aanbod voor meerbegaafde leerlingen
Ø
invoeren en evalueren nieuwe methoden
Ø
onderwijs in de wereldoriënterende vakken
Ø
samenwerking met peuterspeelzaal, kinderdagverblijf en andere externe
organisaties, resultaat moet zijn: ‘één kind, één plan’
Een deel van de ontwikkelpunten richt zich op het ontwikkelen, behouden en
inzetten van de juiste vaardigheden bij de leerkrachten. Hiervoor vinden
klassenobservaties en reflectiegesprekken plaats met de locatiedirecteur of
interne begeleider.
Alle ontwikkelpunten met bijbehorende gewenste resultaten en plannen zijn voor
ouders in te zien op school, het meerjarenplan 2011-2015.
4.7.
De resultaten van het
onderwijs
Schoolresultaten vloeien niet alleen voort uit leren en de gevolgde werkwijzen,
maar zijn ook sterk afhankelijk van de schoolpopulatie. Als er resultaten gemeld
worden moet dit in deze context geplaatst worden. Voor de ene school is een hoog
percentage naar het VWO een goed resultaat, voor een andere school is een
“VMBO”-uitstroom een veel beter resultaat.
Dit hangt vooral af van de leerlingeninstroom van de school.
Zoals reeds elders in de schoolgids beschreven houden wij zorgvuldig bij welke
resultaten we behalen en dat doen wij met behulp van toetsen. Daarnaast werken
wij met observatielijsten. Van elke toets is bekend hoeveel de leerlingen goed
moeten hebben. Daarover zijn duidelijke afspraken gemaakt. Wij houden ons
daarbij aan hetgeen er in de methode staat, want die hebben wij niet voor niets
gekozen. De resultaten van de toetsen bespreken we met elkaar, omdat wij op die
manier onze ervaringen en werkwijzen met elkaar delen.
Na groep 8 gaan de kinderen naar het Voortgezet Onderwijs. De soort scholen
waarnaar de kinderen gaan en het aantal kinderen per soort school zijn gegevens
die iets zouden kunnen zeggen over de kwaliteit van onze school. Daar zijn wij
voorzichtig mee. Wij weten bijvoorbeeld niet hoe “goed” de kinderen waren toen
ze op De Berensprong kwamen.
Voor een eerlijke beoordeling van hoe een school het doet, zou je in feite
moeten kijken naar wat het beginpunt is voor elke leerling en hoeveel hij in de
loop der jaren op school heeft bijgeleerd, zowel qua echte leervakken als qua
sociale vaardigheden, expressie etc. Dat lijkt praktisch gezien een ondoenlijke
zaak.
Als de Cito-toets niet maatgevend is, wat dan eigenlijk wel?
Waar kun je als ouder op letten bij de schoolkeuze?
Wij denken dat de flexibiliteit van een school een goede graadmeter is.
Hoe gaat een school om met leerlingen die afwijken van de gemiddelde
ontwikkeling? Kunnen we ze op een verantwoorde manier begeleiden? Een andere
graadmeter is het welbevinden van een kind. Hoe voelt het zich thuis op
school? Wanneer een kind iets leert, het succeservaringen opdoet, dat er een
leuke sfeer is en dat het voldoende vriendjes/vriendinnetjes heeft, zit het
lekker in zijn vel en komen de capaciteiten van elk kind sneller aan het licht.
Dat scholen kwaliteit moeten leveren en beoordeeld moeten worden is een goede
ontwikkeling. Maar het moet niet uitmonden in een competitiestrijd tussen
scholen. Onderwijs is er nog altijd om kinderen te helpen zichzelf te
ontwikkelen. Toch willen we u enkele cijfers niet onthouden.
4.8.
Resultaten eindtoets
basisonderwijs
Leerlingen op onze school nemen in groep 8 deel aan de CITO eindtoets, in
principe nemen alle leerlingen hieraan deel. Voor enkele leerlingen geldt dat
zij gebruik maken van de CITO niveautoets, dit zijn leerlingen die meer dan
anderhalf jaar leerachterstand hebben opgelopen binnen 2 vakken van spelling,
rekenen en begrijpend lezen. De intern begeleider bekijkt dit samen met de
leerkracht van groep 8 en u als ouders wordt hiervan op de hoogte gesteld.
|
|
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
2011 |
|
Standaardscores |
534,9 |
539,0 |
536,3 |
537,5 |
537,0 |
Wenst u meer informatie over de schoolresultaten dan kunt u ten alle tijden
contact opnemen om een afspraak te maken.
4.9.
Verwijzingen naar het
Voortgezet Onderwijs
De
afgelopen vijf jaar waren de verwijzingen als volgt:
|
|
VMBO praktisch |
VMBO Gemengd theoretisch |
VMBO Theoretisch |
VMBO/ HAVO |
HAVO/ VWO |
|
2007-2008 |
2 |
1 |
10 |
22 |
6 |
|
2008-2009 |
10 |
- |
6 |
1 |
22 |
|
2009-2010 |
5 |
5 |
11 |
- |
27 |
|
2010-2011 |
2 |
- |
6 |
15 |
14 |
HOOFDSTUK 5
DE SCHOOLVIERINGEN EN –ACTIVITEITEN
5.1. Vieringen
Tijdens vieringen besteden wij aandacht aan de feesten die voortkomen vanuit de
katholieke geloofsovertuiging. Deze vieringen dragen bij aan het
saamhorigheidsgevoel en leerlingen krijgen de mogelijkheid op een fijne manier
samen te zijn.
Deze vieringen worden georganiseerd door werkgroepen die bestaan uit
leerkrachten en ouders van de oudervereniging.
Vieringen waar extra aandacht aan besteed wordt zijn: kerstmis, carnaval en
pasen.
Naast de vieringen worden er ook andere activiteiten georganiseerd door
leerkrachten, ouders of externen. Aan de kinderboekenweek wordt uitgebreid
aandacht besteed door de hele school. Eenmaal per jaar wordt er een
Berensprongdag georganiseerd, we hebben dan met de hele school thematisch een
leuke dag.
Op onze school nemen we deel aan Meinwegactiviteiten en we onderhouden een
vlindertuin.
De stichting Bind ondersteunt regelmatig, maar niet jaarlijks, in de school de
gymlessen. Zij zijn gespecialiseerd in bewegingsonderwijs. Ook geven zij op een
aantal momenten in het jaar de mogelijkheid om op een leuke manier deel te nemen
aan beweging na schooltijd, bijvoorbeeld op de speelplaats.
Binnen onze school hebben ook externe sportclubs hun weg gevonden. Zij maken
voor hun lessen gebruik van de accomodatie van de school. Deze clubs staan los
van de school maar bieden de leerlingen wel de mogelijkheid om in hun vertrouwde
omgeving te bewegen. Denk aan de judoclub of de danslessen. Informatie hierover
kunt u aanvragen bij de beheerder of de club.
Na schooltijd bestaat de mogelijkheid om deel te nemen aan muzieklessen, welke
georganiseerd worden door de harmonie. Hierover ontvangt u aparte informatie
betreffende deelnamemogelijkheden, tijden en kosten.
5.3.
Excursies en culturele
activiteiten
Voor iedere groep wordt gedurende het schooljaar afhankelijk van aanbod en
inpasbaarheid in het lesprogramma een of meerdere excursies georganiseerd. We
bekijken het grote aanbod aan excursiemogelijkheden kritisch en nemen daar deel
waar we het een zinvolle aanvulling vinden op het lesprogramma.
Aan de start van het schooljaar maken wij een eerste opzet van de excursies
waarna slecht nog in beperkte mate excursies mogen worden toegevoegd.
Bij excursies wordt er vaak ouderhulp gevraagd, bij onvoldoende hulp kunnen
excursies geannuleerd worden.
Groep 8 heeft na de eindtoets altijd meer excursies dan de overige groepen. Deze
excursies hebben naast een educatief doel ook een ontspannend karakter ter
afsluiting van hun basisschoolloopbaan.
5.4.
Verjaardagen vieren
Wanneer een kind jarig is, wordt hier door de groep en de leerkracht op
verschillende manieren aandacht aan besteed. Trakteren is in de groep niet
toegestaan.
In de groepen 1-2 mogen de ouders indien zij dit wensen aanwezig zijn bij het
vieren van de verjaardag. U moet hierover contact opnemen met de leerkracht.
Bij verjaardagen in het weekend of vakanties worden deze eerder of later
gevierd.
5.5. Schoolkamp groep 8
De leerlingen van groep 8 gaan of bij de start van hun laatste schooljaar of op
het einde op kamp. Ze gaan 3 dagen en 2 nachten naar een kampeerboerderij in
Posterholt. Dit kamp wordt georganiseerd met de groepsvertegenwoordigers (vanuit
de oudervereniging) en de leerkrachten. Daarnaast worden er op het einde van het
schooljaar activiteiten georganiseerd waar de schoolverlater de
basisschoolcarrière op een leuke manier kan afsluiten.
5.6.
De verkeerscommissie
De verkeerscommissie bestaat uit verkeersouders en leerkrachten. Zij regelen
activiteiten die kinderen leren om veilig te kunnen deelnemen aan het verkeer
zoals het verkeerspraktijkexamen in groep 7. Ook regelen de verkeersouders de
brigadiers en verkeerscaptains.
De verkeerscommissie neemt initiatieven om de verkeerssituatie rondom de school
zo veilig mogelijk te maken, hiervoor onderhouden zij contacten met gemeente en
politie. Zij doen dit op vrijwillige basis om ook uw kind veilig van en naar
school te laten gaan.
5.7. Schoolfoto’s
Elk jaar worden er, als leuke herinnering voor later, schoolfoto's gemaakt door
een professionele schoolfotograaf. Van alle groepen worden groepsfoto's gemaakt
en van alle kinderen wordt een portretfoto gemaakt. Ook is er een mogelijkheid
voor broertjes en zusjes om samen op de foto te gaan, voor zover het om kinderen
gaat, die op onze school zijn ingeschreven en daadwerkelijk onderwijs volgen.
Het maken van foto's is geheel vrijblijvend, niemand is verplicht de foto's te
kopen. Het organiseren van de schoolfotograaf wordt georganiseerd door de
oudervereniging.
5.8. Jeugdbladen
Elk jaar bestaat weer de mogelijkheid om een abonnement te nemen op de bekende
jeugdbladen, jeugdboeken en/of computerprogramma's. De kinderen krijgen in het
begin van het schooljaar informatie en inschrijfformulieren mee naar huis. Het
is de bedoeling dat abonnementhouders hun jeugdblad etc. krijgen thuisgestuurd.
Uiteraard bevelen wij deze bladen, boeken en computerprogramma's van harte aan.
Betaling geschiedt altijd rechtstreeks bij de uitgever via bank/giro.
5.9.
Aanschaf van materialen door ouders
Als u kind naar groep 3 gaat heeft hij/zij gymkleding nodig. Hiervoor dient u
aan te schaffen een gymtas, een korte broek, T-shirt met korte mouw en
sportschoenen. De sportschoenen mogen geen zwarte zool hebben.
De kinderen krijgen voor het eerst in groep 3 van school schrijfgerei. Om dit
goed op te bergen is een etui makkelijk. Een grote etui is niet handig in een
laatje en hoe meer spullen een leerling mee neemt van thuis hoe vaker er spullen
kwijt raken. Meenemen van deze spullen is op eigen risico!
De leerlingen krijgen schrijfgerei van school, het is dus niet nodig om zelf
pennen/potloden aan te schaffen. Veel pennen en potloden zien er leuk uit maar
dragen niet bij aan een goede pengreep en mooi handschrift. Uitzondering hierop
wordt gemaakt voor Stabilo pennen, welke in overleg met de leerkracht door de
ouder mag worden aangeschaft en viltstiften.
In de groepen 4, 5 en 6 hoeven geen materialen aangeschaft te worden tenzij iets
aan vervanging toe is.
Gaat uw kind naar groep 7 of 8 dan is het handig een overzichtelijke agenda aan
te schaffen. De leerkracht leert de leerlingen huiswerk opschrijven en maakt een
begin met leren plannen in een agenda. Een agenda vol illustraties vinden
kinderen vaak heel mooi, maar draagt niet bij aan overzichtelijkheid. U bent
niet verplicht een agenda aan te schaffen, dit is uw eigen keuze.
Iedere leerling krijgt op vaste momenten in een schoolloopbaan spullen. Wij
houden dan rekening met een normale gebruiksperiode. Wanneer leerlingen
spullen moedwillig kapot maken moeten zij deze zelf nieuw aanschaffen.
Leerlingen kunnen dan bij juffrouw Els, tegen geringe vergoeding, nieuwe
materialen aanschaffen.
5.10.
ISY, informatiesysteem
voor ouders
Iedere ouder krijgt bij ons op school een inlogcode voor ISY, dit is ons
digitale informatiesysteem. Wanneer u niet in het bezit bent van een computer
met internetmogelijkheid zoeken we samen met u naar een andere mogelijkheid
zodat u geïnformeerd blijft.
Op ISY staat een kalender met activiteiten en nieuwsmail. Wanneer er een nieuw
bericht is geplaatst dat voor u van belang is ontvangt u op een opgegeven
mailadres hierover een berichtje dat er nieuws is van ISY.
Op ISY staat naast allerlei praktische informatie voor ouders ook informatie
over wat er gebeurt in de groep. Leerkrachten plaatsen met enige regelmaat
foto's en uitleg van activiteiten die zij doen in de groep. Wanneer er excursies
zijn geweest staat er een verslagje met beeldmateriaal van die dag op ISY. Op
deze manier blijft u op de hoogte van de groeps- en schoolactiviteiten.
De leerkrachten geven een aantal keer per jaar op vaste momenten informatie vanuit de groep, dit is gericht op waar ze op dat moment mee bezig zijn.
HOOFDSTUK 6
DE LEERKRACHTEN
6.1.
Het regelen van
vervanging bij ziekte leerkracht
U weet wellicht, dat er bij ziekmelding van een leerkracht door school alles in
het werk wordt gesteld om vervanging te krijgen. Het tijdig vinden van
vervanging op korte termijn of met onmiddellijke ingang, vormt een groot
probleem binnen het gehele basisonderwijs.
Met inspanning van collega leerkrachten, interne begeleiders of de
groepsondersteuner en als het niet anders kan het verdelen van de leerlingen
over de groepen, hebben we tot op heden kunnen voorkomen, dat we leerlingen naar
huis moesten sturen.
Bij alle creatieve oplossingen die er te bedenken zijn, proberen we -onder de
gegeven omstandigheden- een zo ideaal mogelijke situatie voor de kinderen te
creëren. Soms zullen de oplossingen minder ideaal zijn, maar ook dan proberen we
zoveel mogelijk recht te doen aan uw kinderen.
U mag aannemen, dat we alles “uit de kast halen” om te voorkomen, dat we
leerlingen naar huis moeten sturen. We kunnen dit echter niet garanderen en doen
dit pas als er geen andere oplossingen meer voorhanden zijn.
T.a.v. deze problematiek hanteren wij het volgende beleid:
6.2.
Begeleiding en inzet van
stagiaires
Op onze school geven wij gemotiveerde stagiaires de mogelijkheid om
praktijkervaring op te doen. Deze stagiaires komen van de pabo, de pedagogische
academie voor basisonderwijs.
Deze opleiding kunnen studenten volgen bij de Fontys of Hogeschool Zuyd. De
Berensprong is geen opleidingsschool en ontvangt daarom voornamelijk
deeltijdstudenten en slechts incidenteel voltijdstudenten. De studenten komen
uit alle leerjaren.
Ook onderwijsassistenten doen bij ons hun praktijkervaring op. Wij ontvangen
stagiaires van de Gilde opleidingen Roermond en van ROC's.
De groepsleerkracht begeleidt de stagiaire en vanuit de stichting is er een stagecoördinator.
HOOFDSTUK 7
DE OUDERS
7.1.
Het belang van de
betrokkenheid van ouders
Naast de inzet van het personeel is de inzet en betrokkenheid van ouders en
verzorgers een onmisbare factor. In eerste instantie gaat het dan om overleg en
samenwerking inzake aangelegenheden van het kind. Het is van cruciaal belang dat
school en ouders het perspectief van de leer- en ontwikkelmogelijkheden van een
kind gezamenlijk onderschrijven en ondersteunen.
De inzet van ouders is verder van groot belang bij het goed laten functioneren
van de school. Er bestaat de mogelijkheid om, onder verantwoordelijkheid
van de groepsleerkracht, een gedeelte van de schooltijd van uw kind in school
of tijdens excursies mee te maken en zelf actief mee te werken.
In alle groepen wordt op meerdere gebieden ouderhulp gevraagd. Bij onvoldoende
ouderhulp kunnen sommige activiteiten niet plaatsvinden!
7.2.
Contacten met ouders
Kinderen komen niet alleen naar school om kennis op te doen, maar ook om op een
goede en prettige manier met andere kinderen en de leerkrachten te leren omgaan.
Zeker op dat terrein hebt u als ouder veel invloed op uw kind. Overleg en
afstemming zijn hierin erg belangrijk. Daarom is het erg goed dat ouders en
school elkaar aanvullen en elkaar
informeren.
Als u het ergens niet mee eens bent, of u plaatst vraagtekens bij het een of
ander, is het van belang om dat te bespreken met de leerkracht van uw kind. Als
wij vragen hebben of denken suggesties te kunnen doen, zullen wij met u contact
opnemen. Het is voor ons beiden het beste om contact te houden, telkens als dat
nodig is. U bent ten alle tijden welkom!
Geplande contacten met ouders geven wij vorm op de volgende manier:
a)
De school onderhoudt functionele contacten met de ouders.
b)
De school informeert ouders via de website: schoolgids en jaargebonden
informatie. De school
informeert
ouders via een digitaal informatiesysteem: ISY over activiteiten,
vakanties/ vrije
dagen, weblog e.d.
c)
De school organiseert jaarlijks minimaal 2 individuele oudergesprekken.
d)
De school geeft ouders de mogelijkheid om een afspraak te maken.
e)
De school organiseert jaarlijks een introductie/ontmoetingsavond.
Twee maal per jaar, na de uitgave van het rapport, nodigen de leerkrachten de
ouders uit om over de vorderingen van hun kind te komen praten. Dit zijn de
zogeheten tien-minuten-gesprekken. Voor de leerlingen van de groepen 7 en 8
bestaat de mogelijkheid, op vrijwillige basis, de ouderavonden bij te wonen. Bij
de laatste individuele ouderavond voor de groepen 8 is de aanwezigheid van de
leerlingen wenselijk (mede i.v.m. schoolkeuze).
Naast de ouderavonden stellen wij het op prijs zo nodig frequenter contact met u
te onderhouden over uw kind.
Buiten de schooltijd bent u altijd van harte welkom.
Als het nodig is, aarzelt u dan niet om met de betreffende leerkracht contact op
te nemen.
Indien nodig handelt de leerkracht insgelijks. Deze contacten komen uw kind
zeker ten goede.
Mocht u een gesprek willen met iemand van het management team dan willen wij u
vriendelijk vragen om hiervoor telefonisch een afspraak te maken, zodat wij ook
voldoende tijd kunnen inruimen om met u in gesprek te gaan.
7.3.
Informatievoorziening
aan gescheiden ouders
Zoals u wellicht weet, gaan wij op onze school op een bepaalde manier om met het
informeren van ouders over hun kinderen. Door middel van deze informatie geven
we u een samenvatting van het beleid dat de school hanteert.
Iedere ouder heeft in principe recht op informatie van de school over zijn of
haar kind. Dat is ook het uitgangspunt bij ons op school. Voorwaarde is
natuurlijk wel dat beide ouders zelf hun verschillende adressen kenbaar maken
aan de leerkracht en de administratie.
Aan beide ouders wordt de benodigde informatie verstrekt zoals de uitnodiging
van de ouderavond en de inlogcode voor ISY.
Als één van de ouders dit anders wil, kan hij of zij contact opnemen met de
locatiedirecteur. Hierbij wordt aangetekend, dat voor een ouderavond beide
ouders worden uitgenodigd voor een gezamenlijk gesprek. Alleen in bijzondere
gevallen kan hiervan worden afgeweken. Alle overige informatie wordt aan het
kind in enkelvoud meegegeven. Op verzoek wordt de overige informatie ook aan de
ouder verstrekt waar het kind op dat moment niet woont. Een verzoek om gegevens
over het kind te verstrekken aan derden wordt altijd aan beide ouders gedaan.
Er zijn echter situaties waarbij de ene ouder recht heeft op meer informatie dan
de andere. Een enkeling heeft zelfs helemaal geen recht op informatie. Dat heeft
te maken met de wettelijke hoedanigheid waarin ouders verkeren.
Voor ouders die met elkaar getrouwd zijn of samenwonen en die het gezag over hun
kinderen hebben, is de situatie het makkelijkst. Zij krijgen steeds gezamenlijk
alle informatie over hun kind.
Voor ouders die gescheiden zijn, die niet meer bij elkaar wonen en die wel het
gezag hebben, ligt het niet anders. Zij hebben allebei recht op alle informatie
over hun kind.
Ouders die geen gezag (meer) hebben over het kind, hebben ook recht op
informatie over hun kind. De ouder zal daar echter wel zelf om moeten vragen. De
school hoeft uit zichzelf geen informatie te geven aan deze ouders. Als het gaat
om de vader, moet deze bovendien het kind hebben erkend, anders heeft hij
helemaal geen recht op informatie, ook niet als hij erom vraagt.
Deze ouders hebben een beperkt recht op informatie over hun kind. Het betreft
alleen belangrijke feiten en omstandigheden, dus informatie over
schoolvorderingen en eventuele sociaalpedagogische ontwikkelingen op school. En
als het belang van het kind zich tegen informatieverstrekking verzet, dan hebben
de ouders ook geen recht op informatie. Dit kan het geval zijn indien een
rechter of psycholoog heeft geoordeeld dat het geven van informatie aan een
ouder het kind zal schaden.
De Oudervereniging van De Berensprong is een vereniging waarin de ouders
georganiseerd zijn: het is een vereniging ván en vóór ouders.
De oudervereniging stelt zich ten doel het contact tussen ouders van leerlingen
van De Berensprong, de leerkrachten en de directie en de MR van de school in
stand te houden en zo nodig te bevorderen. Er vindt structureel overleg plaats
(ongeveer 1 x per 6 á 8 weken) tussen meerschools directeur en locatiedirecteur
van de school met de voorzitter en de secretaris van de OV.
De OV is samengesteld uit een bestuur, de groepsvertegenwoordigers en de leden.
Uit deze groep worden diverse commissies gevormd die de activiteiten van de OV
organiseren. Ook nemen aan iedere commissie meerdere leerkrachten deel.
Meer informatie over de OV en lidmaatschap kunt u vinden op de website van de
Berensprong.
Financiële ouderbijdrage
De school vraagt voor geen enkele lesactiviteit een financiële
ouderbijdrage. Wel wordt er vanuit de oudervereniging een vrijwillige bijdrage
gevraagd. Zonder deze middelen kunnen activiteiten niet doorgaan. Wanneer u de
ouderbijdrage niet betaalt kan de school besluiten uw kind niet te laten
deelnemen aan de activiteiten. Uw kind volgt dan een lesprogramma.
Ook wordt voor de schoolverlatersdagen van groep 8 en de schoolreis van de
groepen 1 t/m 7 een eigen bijdrage gevraagd. Vindt er geen betaling plaats dan
neemt het kind niet aan de schoolverlatersdagen of de schoolreis deel en volgt
tijdens deze dagen een lesprogramma. Hierover krijgen de ouders ieder schooljaar
tijdig bericht.
7.5.
De Medezeggenschapsraad
(MR)
Een andere vorm van ouderparticipatie betreft de mogelijkheid tot zitting nemen
in de medezeggenschapsraad. Op deze manier kunnen ouders beleidsmatig
participeren binnen de schoolorganisatie.
Iedere school heeft verplicht een medezeggenschapsraad (MR). In de
medezeggenschapsraad zitten vertegenwoordigers van de ouders (de oudergeleding)
en vertegenwoordigers van de personeelsleden (de personeelsgeleding). De MR
overlegt met de directie over schoolzaken. Voor iedere MR vergadering is er een
voorbespreking waarbij meerschools directeur, locatiedirecteur en voorzitter MR
aanwezig zijn. Op verzoek van de MR sluit de directie aan bij de MR
vergaderingen.
De MR wordt door de directie zo goed mogelijk op de hoogte gehouden van
beleidszaken.
Over sommige onderwerpen mag de MR alleen adviseren, maar bij andere zaken mag
een besluit pas worden uitgevoerd na instemming door de MR.
In de OV vergaderingen kan indien gewenst ruimte gereserveerd worden voor
eventuele mededelingen van de Medezeggenschapsraad. Een lid van de
Medezeggenschapsraad is níet per
definitie bestuurslid van de oudervereniging.
Eén van de doelen van de MR is een goede communicatie met haar achterban, de
ouders en de leerkrachten. Daarom kan iedereen meedenken over het reilen en
zeilen van onze school. Gedetailleerdere informatie over de MR kunt u lezen op
onze website. Voor vragen en/of opmerkingen kan men terecht bij de leden van de
MR, naam en telefoonnummer staan vermeld op de website.
7.6.
Gemeenschappelijke
medezeggenschapsraad
In de GMR worden schooloverstijgende zaken besproken. De GMR (Gemeenschappelijke
Medezeggenschapsraad) is er om binnen het beleidsvormings- en uitvoeringsproces
de belangen van personeel en kinderen te behartigen. Onderwerpen die aan de orde
komen zijn bijvoorbeeld: het
zorgplan, bestuurlijke schaalvergroting, vakantieregeling, begroting en
formatie.
De GMR mag advies vragen en/of geven aan het College van Bestuur of informatie
inwinnen bij derden. De GMR mag, afhankelijk van het onderwerp van het
beleidsstuk, wel of niet instemmen met het voorgestelde beleid.
Voor de GMR geldt dat GMR-leden het algemene belang behartigen en niet
het specifieke schoolbelang.
Basisschool De Berensprong heeft geen afgevaardigde als lid van de GMR. De MR
kan wel ten allen tijde advies inwinnen bij de GMR.
7.7.
Stichting Swalm en Roer
voor onderwijs en opvoeding
Onze school valt onder het bestuur van stichting Swalm & Roer voor onderwijs
en opvoeding. Deze stichting is verantwoordelijk voor de aansturing van 24
scholen voor primair onderwijs in de gemeenten Roermond en Roerdalen. Het
betreft zowel openbare, katholieke, protestants-christelijke als bijzonder
neutrale scholen. Hieronder valt ook een school voor speciaal basisonderwijs. De
stichting wordt geleid door een professioneel bestuur bestaande uit 2 personen
die het College van Bestuur (CvB) vormen. Zij sturen in samenwerking met het
meerscholen meerschools directeurenberaad de scholen aan. In het meerscholen
meerschools directeurenberaad zijn alle meerscholen meerschools directeuren van
de stichting vertegenwoordigd. Het College van bestuur wordt ondersteund door
een bestuurskantoor. Op dit kantoor is de nodige deskundigheid op het gebied van
onderwijs, financiën, personeel en beheer aanwezig. Deze deskundigheid staat ook
ten dienste van de scholen.
De samenstelling van het CvB is:
Drs. Th. P. H. (Thei) Timmermans
Voorzitter College van Bestuur
A.J.T.M. (Funs) Uiting MBA
Lid College van Bestuur
Het bestuurskantoor van de stichting Swalm & Roer is gevestigd: Roerderweg 35,
Roermond Postbus 606, 6040 AP Roermond.
Telefoon: 0475-345830
Fax. : 0475-345831
Internet: www.swalmenroer.nl E-mail : info@swalmenroer.nl
Raad van Toezicht
De Stichting kent een Raad van Toezicht (RvT). Deze houdt toezicht en controle
op:
het functioneren van het College van Bestuur; de verwezenlijking van de
grondslag en doelstelling van de stichting; de naleving van het
beleidskader/managementstatuut; het belang van het onderwijs en de algemene gang
van zaken binnen de stichting.
De samenstelling van de RvT is:
Dhr. T.(Tof) Thissen ( voorzitter)
Mevr. N.(Nardie) Berden- van Lier MMO
Mr. B. (Bart)van ’t Grunewold
Dhr. J.P.(Jan-Pieter) Janssen
Ing. M. (Marc) Schroten
Dhr. A (Ton) Zentjens
HOOFDSTUK 8
DE INSTANTIES
8.1.
Inspectie van het
onderwijs
De inspectie van het onderwijs heeft tot taak toezicht te houden op het
onderwijs. Het toezicht is opgedragen aan de minister van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschappen en wordt onder zijn/haar gezag uitgeoefend door de Inspectie van
het Onderwijs.
Inspectie van onderwijs
info@owinsp.nl
www.onderwijsinspectie.nl
Vragen over onderwijs: 0800 – 8051
(gratis)
Voor vragen over: seksuele intimidatie en seksueel misbruik, lichamelijk geweld,
grove pesterijen, geweld, extremisme, discriminatie en fundamentalisme belt u
met de vertrouwensinspecteur. Deze is tijdens kantooruren bereikbaar op
telefoonnummer
0900 – 111
3 111 (lokaal tarief).
8.2.
GGD Limburg-Noord
Een gezonde leefstijl begint op jonge leeftijd. Jeugdgezondheidszorg van de GGD
Limburg-Noord richt zich op alle 4 tot 19 jarigen en hun ouders en/of
verzorgers. Er is een nauwe samenwerking met de zorg van Jeugdgezondheidszorg
0-4 jaar van de Zorggroep. Samen bewaken, bevorderen en beschermen we de gezonde
groei en ontwikkeling van kinderen, lichamelijk én geestelijk.
De teams Jeugdgezondheidszorg (JGZ) werken vanuit de vier regiovestigingen in
Roermond, Venlo, Venray en Weert. Het team bovenregionale taken
(gezondheidsbevordering en inspecties BSO) vanuit Venlo.
Gezondheidsonderzoeken
Na de onderzoeken bij het consultatiebureau (Jeugdgezondheidszorg 0 - 4 jaar)
van de Zorggroep krijgen de jongeren nog gezondheidsonderzoeken bij de GGD
Limburg-Noord. Om ervoor te zorgen dat in heel Nederland jongeren dezelfde zorg
krijgen, heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het
basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg vastgesteld.
Extra zorg
Uiteraard kunnen ouders of kinderen zelf een (extra) onderzoek aanvragen. Er
kunnen ook extra onderzoeken op verzoek van een leerkracht, de jeugdarts of
jeugdverpleegkundige plaatsvinden. Dit gebeurt in overleg met de ouder(s)/
verzorger(s) van het kind.
Iedereen kan bij het team jeugdgezondheidszorg terecht met vragen over
gezondheidsonderwerpen. Raadpleeg
www.ggdlimburgnoord.nl en vindt informatie over thema’s zoals hoofdluis,
krentenbaard, Hepatitis, opvoeden, slaapproblemen, bedplassen, druk gedrag,
pesten, kindermishandeling en seksueel misbruik.
Verschillende medewerkers van de Gewestelijke Gezondheidsdienst (= GGD)
bezoeken
regelmatig onze basisschool.
De meest bekende zijn de jeugdarts en assistente en de logopedist.
Jeugdarts:
mevr. Nanda Mercera
bereikbaar op dinsdag
15.30 – 16.30 uur
(
352199
Jeugdverpleegkundige:
mevr. Loes aan den Boom
bereikbaar op dinsdag 15.30 –
16.30 uur
(
352197
Assistente JGZ:
mevr. Patricia Spijkers
(
352192
Pedagogisch Spreekuur
Opvoeden roept soms vragen, zorgen en twijfels op. Bijvoorbeeld over slapen,
eten, huilen, druk/driftig gedrag, angsten, ongehoorzaamheid, (samen)spelen,
zindelijkheid, gebrek aan zelfvertrouwen.
Het Pedagogisch Spreekuur is er voor alle ouders van kinderen van 0 tot 12 jaar
die problemen ondervinden in of vragen hebben over de opvoeding van hun
kind(-eren). In gemiddeld drie gesprekken zoekt de pedagoog samen met de ouders
naar een oplossing. De hulp kan bestaan uit praktische adviezen, ondersteuning
en/of doorverwijzing. Ouders kunnen zelf een afspraak maken via het
telefoonnummer 08861-08861.
Het Pedagogisch Spreekuur is een gezamenlijk initiatief van de Zorggroep en de
GGD Limburg-Noord.
Gezondheidsonderzoeken Onderbouw Basisonderwijs:
Als een kind vier jaar wordt draagt het consultatiebureau van de Zorggroep de
gegevens over aan de GGD Limburg-Noord. Soms hebben kinderen extra zorg
nodig om bijvoorbeeld de ogen, het gehoor of de ontwikkeling in de gaten te
houden. Wij nodigen deze kinderen uit voor een onderzoek.
Eerste gezondheidsonderzoek
In groep 2 onderzoeken jeugdarts en assistente onder meer gedrag, lengte,
gewicht, ogen, gehoor, hart, longen, rug, voeten, houding, en bewegen. Ook wordt
besproken of de opvoeding naar wens verloopt.
Wij nodigen ouder(s)/verzorger(s) en kind uit voor een onderzoek en vragen
ouder(s) en of verzorger(s) een vragenlijst in te vullen.
Inentingen / vaccinaties
In het jaar dat kinderen 9 jaar worden, krijgen ze de herhalingsinentingen tegen
Difterie, Tetanus en Polio (DTP) en tegen Bof, Mazelen en Rodehond (BMR). Deze
twee prikken worden tegelijkertijd gegeven, in elke arm één.
Het inenten is meestal in het voorjaar. Ouders krijgen ongeveer een week van
tevoren bericht en dienen schriftelijk toestemming te geven voor de inentingen.
Ook kinderen die nog een vaccinatie tegen
HepatitisB of MeningokokkenC moeten inhalen, kunnen bij ons terecht.
Meer informatie is terug te vinden op
www.ggdlimburgnoord.nl/rijksvaccinatieprogramma
Gezondheidsonderzoek Bovenbouw Basisonderwijs
Tweede gezondheidsonderzoek
Iedere jongere in groep 8 wordt door de verpleegkundige onderzocht. Dit
onderzoek vindt plaats op school en ouder(s)/ verzorger(s) hoeven niet aanwezig
te zijn. In een gesprek gaat de verpleegkundige na of de jongere lekker in z’n
vel zit, thuis, op school en in de vrije tijd. Ook wordt aandacht besteed aan de
lichamelijke gezondheid. Natuurlijk krijgt de jongere de mogelijkheid om vragen
te stellen. De jongere krijgt bericht over de resultaten mee naar huis.
Inentingen / vaccinaties
Vanaf 2009 krijgen meisjes die 12 worden een uitnodiging voor de 3 prikken tegen
baarmoederhalskanker (HPV).
Logopedie
In veel gemeenten krijgen kinderen rond de vijf jaar via school een
schriftelijke uitnodiging voor een bezoek aan de logopedist. De logopedist
bekijkt het stemgebruik, de spraak en communicatieaspecten. Ouders/verzorgers
hoeven niet aanwezig te zijn. Na het onderzoek ontvangen ouders/verzorgers
bericht over de resultaten.
Waarom is logopedisch onderzoek zo belangrijk?
Taal is spreken en verstaan, schrijven en lezen.
Door taal kunnen we met elkaar communiceren, zowel mondeling als schriftelijk.
Door in een vroeg stadium logopedische problemen op te sporen en te begeleiden
helpen logopedisten een aantal zaken voorkomen.
-
Leerproblemen,
met name lees en/of schrijfstoornissen.
-
Communicatieve problemen
in zijn algemeenheid: het begrijpen en goed kunnen gebruiken van spraak en taal
is belangrijk voor contacten met de directe omgeving van het kind.
-
Gedragsproblemen:
1.
Een kind dat moeilijk te verstaan is wordt boos, omdat het niet begrepen wordt.
2.
Een kind dat tijdelijk minder hoort kan opdrachten foutief uitvoeren, zonder dat
hij/zij dit in de gaten heeft:
dit kan boosheid
of agressie tot gevolg hebben.
Tijdens dit onderzoek let de logopedist op de uitspraak, de taalontwikkeling, de
stem en de mond van het kind. Het onderzoek vindt plaatst op school en duurt
ongeveer 20 minuten. Ouders krijgen mondeling of schriftelijk bericht over het
resultaat.
Logopedist:
Dhr. Paul van Wersch
bereikbaar op woensdag 13.30
– 14.30
(
352190
8.3.
De
onderwijsbegeleidingsdienst
Voor begeleiding, scholing en consultatie maken wij gebruik van de diensten van
medewerkers van “BCO” Venlo.
Dit is een organisatie voor educatieve dienstverlening Zij wil de kwaliteit van
het onderwijs en de zorg die de leerkrachten geven, helpen handhaven, verbeteren
en ook vernieuwen.
Bezoekadres: Wijlrehofweg 11, 5912 PM Venlo. Postadres: Postbus 829, 5900 AV
Venlo.
e-mail:info@bco-onderwijsadvies.nl website: www.bco-onderwijsadvies.nl
8.4.
Milieu-educatie centrum
Meinweg
In samenwerking met het M.E.C. en de schoolgidsen van het I.V.N. worden er voor alle groepen verschillende activiteiten georganiseerd zoals: het bijenproject, bezoek aan Nationaal Park de Meinweg. Het M.E.C. biedt kinderen de gelegenheid om nader kennis te maken met allerlei aspecten van de natuur.
HOOFDSTUK 9
REGELINGEN
9.1.
Leerplichtwet,
Schoolverzuim en verlof
Verhindering bij ziekte:
ziekte van een kind vragen wij u te melden telefonisch of schriftelijk
vóór schooltijd van 08.15 uur –
08.30 uur op de desbetreffende dag en
níet door een andere leerling mede te laten delen (klein bericht = kleine
moeite, de leerkracht heeft zekerheid).
Verhindering door extra verlof:
ouders vragen zich wel eens af of zij voor hun kind buiten de schoolvakanties
om, nog een keer extra vrij kunnen vragen. Dit is geregeld in de leerplichtwet!
De leerplichtwet in het kort. (de
complete wettekst kunt u vinden op het internet www.minocw.nl)
Een kind is volledig leerplichtig
vanaf de eerste schooldag van de maand, volgend op de maand waarin het kind vijf
jaar is geworden. Dit betekent dat uw kind 5 dagen per week onderwijs dient te
volgen. De leerplicht eindigt als uw kind 18 jaar wordt.
Welke wettelijke verplichtingen heeft een school o.a. ten aanzien van de
leerplichtwet?
·
De directeur is verplicht melding te maken van vermoedelijk ongeoorloofd
schoolverzuim bij de leerplichtconsulent van desbetreffende gemeente.
·
De directeur is verplicht een aanvraag extra verlof van meer dan 10 schooldagen
ter behandeling naar de woongemeente van de leerling te sturen.
Welke verplichtingen heeft een ouder o.a. ten aanzien van de leerplichtwet?
·
De ouder dient het leerplichtige kind in te schrijven op een school en dient het
kind de school te laten bezoeken.
·
De ouder dient het kind bij ziekte tijdig voor aanvang van school af te melden.
Welk schoolverzuim wordt gemeld bij de leerplichtconsulent?
·
Relatief verzuim (spijbelen)
·
Luxeverzuim (vakantieverlof)
·
Absoluut verzuim (een kind staat op geen enkele school ingeschreven)
·
Veelvuldig te laat komen (preventief)
·
Twijfelachtig ziekteverzuim (preventief)
Wat kunnen o.a. de gevolgen zijn van een melding vermoedelijk ongeoorloofd
schoolverzuim?
·
Een gesprek op school, bij de desbetreffende gemeente, bij de leerling thuis
·
Verwijzen naar vrijwillige hulpverlening of het indienen van een zorgmelding bij
Bureau Jeugdzorg indien de ontwikkeling van een kind ernstig bedreigd wordt.
·
Het opmaken van een proces-verbaal indien het schoolverzuim aanhoudt tegen de
ouder en/of leerling ouder dan 12 jaar. Tevens wordt er een onderzoek ingesteld
door de Raad v.d. Kinderbescherming.
·
Er zal altijd proces-verbaal worden opgemaakt tegen een ouder die na een
afgewezen verlofaanvraag het kind toch ongeoorloofd van school houdt.
Hoe te handelen bij een aanvraag extra verlof?
De wijze van indienen
·
Vakantieverlof schriftelijk indienen bij de directeur, minimaal 6 weken van
tevoren.
· Voor 10 dagen en minder neemt de directeur hierover een beslissing op basis van de leerplichtwet en deelt dit ouders/verzorgers schriftelijk mede, met mededeling van de toekennings- of afwijzingsgrond.
·
Voor meer dan 10 dagen
dan neemt het College van Burgemeester en Wethouders op advies van de
leerplichtconsulent een beslissing. De directeur zendt de aanvraag door naar de
leerplichtconsulent. De ouders/verzorgers ontvangen van de gemeente een
beschikking met mededeling van de toekennings- of afwijzingsgrond.
Omstandigheden waarbij een leerling in aanmerking komt voor extra verlof:
·
bij een wettelijke verplichting, voor zover dat niet buiten de lesuren kan
geschieden;
·
bij verhuizing (1 dag);
·
bij het huwelijk van een bloed- of aanverwant t/m de 4e graad (1 of 2
dagen);
·
bij een ernstige ziekte van een bloed- of aanverwant t/m de 3e graad
duur in overleg met de directeur;
·
bij overlijden van een bloed- of aanverwant t/m de 4e graad (maximaal
1 dag);
·
bij de bevalling van de moeder, verzorgster, voogdes;
·
bij 12,5-, 25-, 40-, 50- of 60-jarig ambts- of huwelijksjubileum van bloed- of
aanverwanten t/m de 4e graad;
·
vakantie is nimmer een gewichtige omstandigheid!
Wanneer wordt een aanvraag voor extra verlof zeker afgewezen?
·
Familiebezoek in het buitenland.
·
Vakantie in een goedkope periode of in verband met een speciale aanbieding.
·
Vakantie in verband met een gewonnen prijs.
·
Uitnodiging van familie of vrienden om buiten de schoolvakanties op vakantie te
gaan.
·
Eerder vertrekken of later terugkomen in verband met verkeersdrukte.
·
Verlof voor een kind omdat andere kinderen uit het gezin al of nog vrij zijn.
·
Deelname aan sportieve of culturele evenementen buiten schoolverband.
·
Bij een voor de ouder ongunstige verdeling van vakantieweken door de werkgever
die buiten de reguliere schoolvakantie vallen.
Wegens specifieke aard van het beroep van één van de ouders of verzorgers is het
slechts mogelijk buiten de schoolvakanties op vakantie te gaan. Een directeur
kan verlof geven als de ouder/verzorger kan aantonen dat deze het merendeel van
zijn inkomen slechts in de schoolvakantieperiodes kan verdienen. Er dient
hiervoor een accountantsverklaring overlegd te worden.
Omdat dergelijk verlof niet langer mag duren dan 10 schooldagen, is alleen de
directeur in deze beslissingsbevoegd. De ouder/verzorger dient de benodigde
bewijsstukken (accountantsverklaring)
bij de verlofaanvraag te overleggen.
Indien er met deze reden verlof wordt verleend, mag
-
dit maximaal éénmaal per schooljaar wordt verleend en het moet ook de enige
vakantie in dat schooljaar zijn voor ouder en kind.
-
dit niet langer mag duren dan 10 schooldagen.
-
dit nimmer kan plaatsvinden in de eerste twee lesweken van het schooljaar.
De formulieren voor verlofaanvragen zijn verkrijgbaar bij Tanja Hermans van de
administratie (kamer naast de directeur).
Het toezicht op de leerplicht gebeurt door de leerplichtambtenaren van de
gemeente Roermond. Voor verdere vragen of inlichtingen over leerplichtzaken kunt
u altijd bij hen terecht.
Mw. E. Clahsen
tel. 388358
email :
clahsen.e@roermond.nl
Bezoekadres:
Aureool, Looskade 2, Roermond.
9.2.
Buitenschoolse opvang:
Stichting Kinderopvang Roerstreek (SKR)
Als basisschool streven wij naar een ononderbroken ontwikkeling voor alle
kinderen. Daarom werken wij aan een goede samenwerking met de Stichting
Kinderopvang Roerstreek en peuterspeelzaal Harlekijn. In dat kader vinden er
regelmatig overleg en uitwisseling plaats om tot een goede onderlinge afstemming
te komen.
De Stichting Kinderopvang Roerstreek biedt, binnen de Brede School, in
kindercentrum 't Muuske dagopvang (voor kinderen van 0 tot 4 jaar),
peuterspeelzaalwerk en buitenschoolse opvang (basisschoolleeftijd) aan.
Daarnaast verzorgt SKR de Tussenschoolse opvang (TSO) door de inzet van
vrijwilligsters.
Naast de algemene betekenis wat kinderopvang voor het kind inhoudt, zijn de
belangrijkste doelen in de buitenschoolse opvang, de spel en
contactmogelijkheden van het kind met andere leeftijdgenootjes en het aanbieden
van een rustpunt en individuele aandacht na een schooldag. Verder staan de
begeleiding van het kind in zijn vrijetijdsbesteding en de groei naar meer
zelfstandigheid en verantwoordelijkheid centraal. Dit alles in een ontspannen en
huiselijke sfeer. De buitenschoolse opvanggroep is geopend van maandag tot en
met vrijdag op tijden dat er geen school is, en in de schoolvakanties.
Als u meer informatie wilt over de peuterspeelzaal of over de buitenschoolse
opvang of wilt u uw kind aanmelden dan kunt u geheel vrijblijvend contact
opnemen met Stichting Kinderopvang Roerstreek, telefoon 0475 – 404259.
9.3.
Gedragscode stichting
Swalm en Roer
Om duidelijkheid te scheppen in wat het College van Bestuur en de scholen nu wel
of juist niet dienen te accepteren in het gedrag van het personeel, de
leerlingen en de ouders/verzorgers, is het nodig om gedragsregels te hebben.
Vandaar hanteert de stichting Swalm en Roer een gedragsprotocol dat aan iedereen
duidelijkheid moet verschaffen over wat door de scholen als respectvol en als
wenselijk wordt gezien en aan welke regels een ieder zich dient te conformeren.
In de gedragscode worden gedragsregels vermeld voor de terreinen:
- seksuele intimidatie en seksueel misbruik
- racisme en discriminatie
- lichamelijk en verbaal geweld
- pesten
- kleding
- gebruik internet en website
De gedragscode is op school ter inzage aanwezig.
9.4.
Klachtenregeling
stichting Swalm en Roer
Overal waar gewerkt wordt zijn wel eens misverstanden. Af en toe worden er zelfs
fouten gemaakt. Het is belangrijk deze zaken in eerste instantie te bespreken
met de direct betrokkene/de groepsleerkracht. U en uw kind zullen hierbij altijd
serieus genomen worden en er zal naar de best mogelijke oplossing gezocht
worden.
Mocht u het gevoel hebben dat er geen gezamenlijk goede oplossing gezocht wordt,
dan is het altijd mogelijk de directeur hierover aan te spreken.
Wanneer u niet tot een oplossing van het probleem kunt komen in overleg met de
groepsleerkracht en/of de directie van de school, is het mogelijk gebruik te
maken van de contactpersoon van de school.
De contactpersonen van onze school zijn: dhr. Jos Opbroek (0475-537137) en dhr.
Martin Marx (06 53 82 64 93).
De contactpersoon zal bekijken of de
eerste stappen voor het oplossen van het probleem zorgvuldig zijn uitgevoerd.
Het is niet de bedoeling dat de contactpersoon zelf oplossingen gaat zoeken. Wel
wordt bekeken wie verder ingeschakeld moet worden om tot een oplossing te komen.
Als het nodig is kan de contactpersoon u doorverwijzen naar de schooldirectie
en/of het college van bestuur en mogelijk naar een externe vertrouwenspersoon.
Deze externe vertrouwenspersoon zal
u begeleiden bij het realiseren van een oplossing, dan wel begeleiden bij het
indienen van een klacht bij het bestuur. Ook kan de vertrouwenspersoon u
informeren over en begeleiden bij het indienen van een klacht bij de Landelijk
Klachten Commissies.
Onze school heeft een klachtenregeling
waarin precies staat beschreven hoe er met een klacht wordt omgegaan. Deze
regeling ligt op school ter inzage. Stichting Swalm en Roer waar onze school
onder valt is aangesloten bij een van de Landelijke Klachten Commissie (LKC). Op
deze plaats zal uw klacht uiteindelijk behandeld worden. Afhankelijk van de
grondslag, levensovertuiging en openbare karakter van de school kan een klacht
gedeponeerd worden bij verschillende commissies. De klachtencommissie voor onze
school is:
Landelijke bezwaren, geschillen en klachtencommissie voor het Katholiek
Onderwijs
Postbus 82324
2508 EH Den Haag
Telefoonnummer klachtencommissie:
Telefoonnummer geschillen- en bezwarencommissie:
Tel: 070-3925508 (van 09.00 – 12.00 uur)
070-3457097 (van 09.00 – 12.00 uur)
Website klachten en geschillencommissie:
www.geschillencies-klachtencies.nl
Samengevat dienen onderstaande stappen doorlopen te worden:
9.5.
Schorsing en
verwijdering
Verwijderingbeleid:
op de Berensprong komt het zelden voor dat een leerling verwijderd dient te
worden. Toch zullen we in geval van nood over moeten gaan tot het nemen van deze
maatregel. Deze maatregel, het verwijderen van een leerling, wordt niet door de
school genomen maar door het bestuur, nadat de school hiervoor een onderbouwd
verzoek heeft gedaan.
Verwijdering van een leerling is een ordemaatregel die het bestuur slechts in
het uiterste geval en dan nog uiterst zorgvuldig moet nemen. Er moet sprake zijn
van ernstig wangedrag en een onherstelbaar verstoorde relatie tussen leerlingen
en school en/of ouder en school. Wanneer het bestuur de beslissing tot
verwijdering heeft genomen moet vervolgens de wettelijk vastgestelde procedure
worden gevolgd.
Stapsgewijs komt dat op het volgende neer:
-
Voordat het bevoegd gezag tot verwijdering van een leerling besluit hoort het
zowel de betrokken groepsleerkracht als de ouders.
-
De ouders ontvangen een gemotiveerd schriftelijk besluit waarbij wordt gewezen
op de mogelijkheid om binnen zes weken schriftelijk bezwaar te maken tegen het
besluit.
-
Het bestuur meldt het besluit tot verwijdering van de leerlingen terstond aan de
leerplichtambtenaar.
-
Indien ouders bezwaar maken hoort het bevoegd gezag hen over dit bezwaarschrift.
-
Het bevoegd gezag neemt binnen vier weken na ontvangst van het bezwaarschrift
een besluit.
Voordat het bestuur dit besluit kan uitvoeren moet het voldoen aan de wettelijke
verplichting (artikel 40, lid 5) er voor te zorgen dat een andere school bereid
is de leerling toe te laten. Wanneer het gedurende acht weken, gerekend vanaf
het tijdstip waarop het besluit tot verwijdering aan de ouders is meegedeeld,
niet lukt de leerling op een andere school te plaatsen, kan het bestuur de
leerling verwijderen zonder vervolgonderwijs veilig te stellen.
Schorsingsbeleid
Het bestuur kan een leerling voor een beperkte periode schorsen, nooit voor
onbepaalde tijd.
-
Schorsing vindt in principe pas plaats na overleg met de leerling, de ouders en
de
groepsleerkracht.
-
Het bestuur deelt het besluit tot schorsing schriftelijk aan de ouders mee.
In dit
besluit worden vermeld de redenen voor schorsing, de aanvang en tijdsduur en
eventuele
andere genomen maatregelen.
-
De school stelt de leerling in staat, bijvoorbeeld door het opgeven van
huiswerk, te
voorkomen
dat deze een achterstand oploopt.
-
Het bestuur stelt de inspecteur in kennis van de schorsing en de redenen
daarvoor.
HOOFDSTUK 10 ARBO, BHV,
CALAMITEITEN, VERZEKERINGEN
10.1. Arbo
Om de vier jaar wordt op school een Risico-Inventarisatie en – Evaluatie
uitgevoerd (RIE). Het doel van een risico-inventarisatie en –evaluatie is het
geven van een globaal inzicht in de risico’s op het gebied van veiligheid,
gezondheid en welzijn in een schoolorganisatie. Hierbij wordt tevens gekeken in
hoeverre de organisatie actief is om de risico’s te beheersen. Vervolgens worden
de gevonden risico’s geëvalueerd, prioriteiten gesteld en adviezen gegeven om de
risico’s weg te nemen dan wel te verkleinen. De te nemen acties worden
vastgelegd in een plan van aanpak. Onze stichting is aangesloten bij “Arboned
Noord- en Midden-Limburg”.
Het zorgen voor fysieke veiligheid gebeurt door de Arbo coördinator, bij ons op
school Gert-Jan Marsman. Hij zorgt voor controle speeltoestellen, coördinatie
calamiteitenoefeningen, en gebouwelijke aanpassingen bij onveilige situaties
binnen de mogelijkheden van de school.
Daarnaast zijn er op onze school acht bedrijfshulpverleners opgeleid. Zij hebben
een training gehad in vijf taken: EHBO, brand blussen, alarmeren, evacueren en
preventie. Zij volgen jaarlijks een herhalingscursus.
10.2.
Ontruimingsplan
Het belangrijkste onderdeel van het rampenplan is het ontruimingsplan.
Dit plan bestaat uit twee onderdelen:
- Alarm buiten
---
iedereen moet het gebouw in.
- Alarm binnen
---
het hele gebouw moet ontruimd worden.
Bij alarm
binnen verlaten alle leerlingen per groep o.l.v. de leerkracht het gebouw en
gaan naar de verzamelplaats. Daar wordt geteld of iedereen er is. Vandaar gaat
men per groep naar de afhaalplaats, waar de ouders hun kind(eren) kunnen
afhalen. Het is dus niet de bedoeling dat leerlingen al eerder met hun ouders
weg gaan voordat daar toestemming voor is gegeven.
Om het ontruimingsplan ordelijk te laten verlopen, en om te zorgen dat iedere
leerkracht en leerling weet "hoe te handelen tijdens de ontruiming van 't
gebouw" wordt er met de leerlingen in de groep gesproken over dit plan. Ieder
schooljaar wordt een oefenalarm gehouden (nieuwe leerlingen, nieuw lokaal, nieuw
gebouw).
Een oefenalarm kan, zeker op de kleuters, indruk maken.
Er over praten in de groep zal daarom een belangrijk onderdeel zijn.
U kunt thuis een steentje bijdragen door uw kind op de juiste manier op te
vangen als er "geoefend" is. Na de oefening krijgt u via ISY bericht.
10.3.
Bedrijfshulpverleners
Er zijn voldoende opgeleide bedrijfshulpverleners, hoofd BHV'er is Gert-Jan
Marsman. Wendy Simons is tevens in het bezit van het diploma EHBO.
De bedrijfshulpverleners dragen in de dagelijkse praktijk zorg voor de
leerlingen die een “ongelukje” op school hebben. De BHV-ers en EHBO-ers nemen
jaarlijks deel aan een herhalingscursus.
10.4.
School en verzekering
Door de Stichting Swalm & Roer zijn voor de scholen een aantal verzekeringen
afgesloten. Onderstaand worden ze genoemd.
1. Aansprakelijkheidsverzekering voor alle personeel, vrijwilligers enz.
Maximum per aanspraak € 2.500.000.
Bij schades aan roerende en onroerende zaken geldt een maximum van € 50.000 per
aanspraak. De aanspraken per verzekeringsjaar zijn per school € 5.000.000 resp.
€ 100.000. Schade door diefstal, vermissing, zoekraken en verduistering zijn
uitgesloten. Eigen risico:per aanspraak ondergeschikten € 5.000 en aanspraak
overige schade € 100.
2. Collectieve ongevallenverzekering voor alle personeel, vrijwilligers,
leerlingen.
Verzekering geldt voor schoolse- en buitenschoolse verband houdende activiteiten en voor de benodigde reistijd van en naar huis. Vezekerde bedragen: bij overlijden bij invaliditeit geneeskundige kosten tandheelkundige hulp per element De aansprakelijkheids- en de ongevallenverzekering gelden ook voor schoolreisjes. Let op: dit betekent dat schade aan en diefstal van eigendommen niet verzekerd is. Schade aan eigendommen zal uitsluitend worden vergoed indien dit is ontstaan door aansprakelijkheid (nalatigheid) van personeel. Naast deze verzekeringen is het voor ouders/verzorgers mogelijk voor hun kind de ongevallenverzekering uit te breiden tot een 24-uurs dekking. Verder is het mogelijk dat ouders/verzorgers voor hun kind een eigendommenverzekering afsluiten. Mochten ouders/verzorgers van deze mogelijkheid/mogelijkheden gebruik willen maken, dan kunnen ze contact opnemen met Annelies Thijsse, e-mail a.thijsse@bkonet.nl, tel. 070-3568690 of met Ruud van Houten, e-mail ruud_van_houten@aon.nl, tel. 071-3643151 3. Inventaris van de scholen is via de gemeente verzekerd.
AMW
Algemeen Maatschappelijk Werk
BAPO
Bevordering Arbeidsparticipatie Ouderen
BHV
Bedrijfshulpverlening
BJZ
Bureau Jeugdzorg
BSO
Buitenschoolse Opvang
CITO
Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling
CvI
Commissie voor Indicatiestelling
ECH
Effectieve conficthantering
EHBO
Eerste Hulp Bij Ongelukken
GMR
Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad
IB
Interne Begeleiding en ondersteuning
ICT
Informatie en Communicatie Technologie
IST
Integraal schooltoezicht
JGZ
Jeugdgezondheidszorg
LEA
Lokaal Educatieve Agenda
LGF
Leerlinggebondenfinanciering
LKC
Landelijke Klachten Commissie
LOVS
Leerling- Onderwijsvolgsysteem
LWOO
Leerweg ondersteunend onderwijs
MR
Medezeggenschapsraad
MT
Management Team
OV
Oudervereniging
PCL
Permanente Commissie Leerlingenzorg
PRO
Praktijkonderwijs
PSZ
Peuterspeelzaal
REC
Regionaal expertise centrum
RT
Remedial teaching
RVC
Regionale verwijzingscommissie
SBO
Speciaal basisonderwijs
SMW
Stichting maatschappelijk werk
SWOT
Strengths, Weaknesses, Opportunities en Threats, oftewel Sterke
kanten, zwakke kanten, kansen en bedreigingen.
SWV
Samenwerkingsverband
VO
Voortgezet Onderwijs
VMBO
Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs
VWO
Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs
WSNS
Weer Samen Naar School
ZAT
Zorg- en Advies Team